Dit jaar bereikt ons nog maar heel weinig gezondheidsnieuws tenzij het rechtstreeks of indirect met COVID-19 te maken heeft of heel bijzonder is.
Zo bereikte ons ook het nieuws over een studie naar voedingsgewoontes onder inwoners van China , waaruit bleek dat er een verband zou zijn tussen een toename in de ei-consumptie en het risico op diabetes type 2.
Mijn eerste reactie was "daar gáán we weer!". Eerst werden eieren in het verdomhoekje geplaatst vanwege hun hoge cholesterolgehalte en de vermeende nadelige invloed op het hart en nu die onzinnige hypothese naar het land der fabelen is verwezen [
link], komen ze met ander onzinnig bewijs. Jazeker, onzinnig.
Stel je voor: je bent een verwoed roker en besluit nu eindelijk het roken op te geven omdat je longen er steeds slechter tegen kunnen en je een hardnekkig hoestje hebt ontwikkeld. Helaas, je stopt net te laat en blijkt een longtumor te hebben.
Daarin ben je niet de enige!
Wanneer je dat 1 op 1 vertaalt naar wat er nu bij het onderzoek is gebeurd zou je schreeuwerige krantenkoppen krijgen in de trant van "mensen die stoppen met roken, krijgen longkanker!".
Dat is wel hetgeen wat het onderzoeksresultaat insinueert. Echter, een verband is niet hetzelfde als oorzaak. Dit was een onderzoek waarbij gevraagd werd naar voedingsgewoontes.
Daarmee kan je wel grotere groepen mensen volgen, maar feitelijk zijn de data hierover zeer onbetrouwbaar.
Klinisch onderzoek met een kleinschaliger groep mensen die gevolgd worden is dan veel betrouwbaar. Of een metastudie waarin meerdere studies bij elkaar worden geveegd en geanalyseerd in de hoop om daaruit interessante gegevens te destilleren.
Jarenlang werd ons verteld dat we beter geen eieren konden eten of ons tot eiwitten zouden moeten beperken. Dit omdat men zich zorgen maakte over het cholesterolgehalte van eidooiers.
Er was echter nooit sprake van een duidelijke relatie tussen voedingscholesterol en de eigen cholesterolwaarden in het bloed al werd het wel vaak zo gebracht.
Hierbij dient opgemerkt te worden dat het heel erg ingewikkeld is om een goed onderzoek te doen naar voedingsgewoontes omdat wetenschappers ervoor terug schrikken om mensen voor langere tijd te dwingen om alleen datgene te eten wat zij voorschrijven en anderzijds zijn eetdagboeken van mensen in het algemeen zeer onbetrouwbaar.
De beste studies blijken dan zogenaamde metastudies, waarin meerdere kleinschalige (liefst klinische) studies bij elkaar worden geveegd en daardoor iets overtuigender kan worden bewezen of weerlegd.
Zo werd er een metastudies gedaan op 16 onderzoeken met 90.000 mensen die al dan niet aan diabetes leden. Sommigen ervan werden wel 20 jaar lang gevolgd.
Het resultaat bleek dat gezonde mensen zonder enig risico één ei per dag konden eten zonder dat ze daarbij een hoger risico liepen op een hartkwaal, beroerte of diabetes maar dat mensen die al leden aan diabetes, een licht verhoogde kans liepen op een hartkwaal.
Daarentegen bleek uit een ander onderzoek dat wie nog niet aan diabetes type 2 leed, de kans daarop juist verlaagde door méér dan 1 ei per dag te eten.
Dat zijn nogal tegenstrijdige resultaten en nodigde uit tot vervolgonderzoeken.
Daaruit bleek dat diabetici die eieren aten daar géén verhoogd risico op een hartkwaal mee liepen en dat de resultaten uit eerdere onderzoeken vermoedelijk veroorzaakt werden door individuele verhoogde risico op een hartkwaal dan dat het iets te maken had met hun eierconsumptie.
Met andere woorden: de negatieve resultaten uit eerder onderzoek werden veroorzaakt door een overmaat aan patiënten met een reeds bestaande hartkwaal in de groep die meer eieren aten dan in de andere groep.
Wanneer je dan kijkt naar het onderzoek wat nu zo geruchtmakend is, is er alle reden om te vermoeden dat er een andere oorzaak is waarom de studie in China als resultaat opleverde dat mensen die meer eieren eten, vaker diabetes ontwikkelden.
Mogelijk hebben ze zelfs expres naar dat resultaat toegerekend vanwege een vooroordeel waarbij plantaardig voedsel als superieur wordt gezien?
Wat in elk geval zeker is, is dat diabetici er het beste aan doen om suikers en zetmeel te mijden, meer groenten te eten en ook eiwitten vooral niet te schuwen. Vrijwel iedere diabeet heeft daar baat bij.
Er is dus meer dan genoeg reden om te genieten van een eiermaaltijd.
Eieren zitten niet alleen bomvol vitamines, mineralen en essentiële vetzuren, maar zijn ook nog eens een rijke bron van fosfolipiden zoals fosfatidylserine en choline, die ons slimmer maken en de antioxidanten luteïne en zeaxanthine die ons scherper laten zien.
Eieren kunnen de hele dag door gegeten worden, maar bij het ontbijt zijn ze met name ideaal.
1.
Eieren verzadigen veel langer dan ontbijtgranen of toast Dankzij het feit dat eieren rijk zijn aan verzadigend eiwit en vet blijf je langer verzadigd en krijg je geen last van de beruchte energiedip waardoor je behoefte krijgt aan een snack tussendoor.
2
Eieren helpen met afvallen Dit is een logisch gevolg van het verzadigende effect van eieren. Uit onderzoek blijkt dat mensen, die eieren bij het ontbijt eten gemakkelijker afvallen dan mensen, die een ontbijt eten waarin veel zetmeel en suiker is verwerkt.
3.
Eieren zijn een goede eiwitbronEieren zijn een van de allerbeste eiwitbronnen omdat alle essentiële aminozuren in een optimale verhouding aanwezig zijn.
4.
Eieren zijn relatief goedkoop In tegenstelling tot andere (dierlijke) eiwitbronnen zoals rood vlees zijn zelfs vrije uitloopeieren vrij goedkoop, zodat zelfs mensen die elk dubbeltje moeten omdraaien zich deze kunnen veroorloven.
5.
Eieren hebben géén negatieve invloed op het eigen cholesterolOfschoon het waar is dat er veel cholesterol in een ei zit, is het niet zo dat dit een invloed heeft op de eigen cholesterolwaarden in het bloed. Die relatie is er domweg niet.
6.
Eieren maken je slimmerCholine is een belangrijk en essentiële voedingsstof in eieren, die van groot belang is voor een goede ontwikkeling van de hersenen en een gezonde hersenfunctie.
Er is een positief verband tussen een hogere inname van choline en een beter geheugen evenals van de alertheid.
7.
Eieren zijn goed voor het gezichtsvermogen In eieren zitten 2 belangrijke antioxidanten, te weten luteïne en zeaxanthine, die een belangrijke rol spelen in het beschermen van de ogen tegen schade die door UV-straling wordt veroorzaakt.
Er is ook een bewezen verband tussen deze 2 antioxidanten en een verminderde kans op ouderdomsstaar.
Geen tijd om eieren klaar te maken?
Dat is een onzinnig argument, het is heel eenvoudig om een avond tevoren alvast eieren te koken. Of nog beter, ze in slechts 1 minuutje in de magnetron te bereiden! Zorg er dan wel voor dat je de dooier doorprikt en het eitje even opklopt.