De afgelopen jaren werd de ene de andere ontdekking over de relatie tussen mentale gezondheid en onze darmen gepubliceerd.
Er was al bekend dat er een relatie is tussen darmziekten en autisme evenals voor Parkinsons en allerlei andere ontstekingsziekten zoals kanker en auto-immuunziekten.
In 2019 werd in navolging van de ontdekking van een relatie tussen darmgezondheid en dementie bij muizen, deze relatie ook vastgesteld bij mensen. Uiteraard was de logische volgende stap om te proberen het verloop van deze ziekte te beïnvloeden.
Maar laten we niet op de zaken vooruitlopen en bij het begin beginnen.
Denk niet langer in termen als 'me, myself and I' maar gebruik de meervoudsvorm: ons lichaam herbergt ongeveer duizend verschillende soorten bacteriën, schimmels en virussen, die op de huid en in het maagdarmstelsel leven.
Onze dikke darm is gekoloniseerd met zo'n 10 biljoen van deze microben.
Al die micro-organismen samen bevatten net zoveel cellen als ons lichaam en wegen net zoveel als onze hersenen. Samen worden ze de 'microbiota' genoemd en hun verzameling genen wordt het 'microbioom' genoemd.
Het microbioom, dat meer dan honderd keer zoveel genen bevat als het lichaamseigen DNA, is niet iets wat je makkelijk kan negeren, door ze te ondervoeden.
Onderzoekers hebben aangetoond dat de micro-organismen in ons maagdarmstelsel systemen een verrassend grote invloed hebben op tal van (welvaarts)ziekten, zoals diabetes type 2, metabool syndroom (insulineresistentiesyndroom), obesitas, allergieën, darmontstekingen, darmkanker en zelfs de ziekte van Alzheimer.
Verstedelijking en onze moderne voedingsgewoonten hebben de samenstelling van onze darmbacteriën veranderd, de diversiteit ervan verminderd en de groei van een soort, genaamd Bacteriodes, bevorderd, die gedijen op ons vleesrijke dieet.
Overmatige inname van kunstmatige zoetstoffen en veelvuldig gebruik van antibiotica zijn twee andere factoren die de samenstelling van onze darmflora nadelig beïnvloeden.
Ongezonde verschuivingen in de populatie van darmbacteriën kunnen helaas het hele lichaam aantasten. Onderzoekers hebben meerdere manieren geïdentificeerd waarop onze bacteriële bewoners de algehele gezondheid kunnen beïnvloeden.
Lang is aangenomen dat 'wat er in de darm gebeurt, ook in de darm blijft', of in ieder geval totdat het op de juiste manier uit het lichaam verdwijnt. Maar veranderingen in de microbiota kunnen resulteren in een 'lekkende darm' waardoor micro-organismen en verbindingen die het resultaat zijn van hun stofwisseling (metabolieten) in de bloedsomloop van ons lichaam terechtkomen. Dit kan verstrekkende gevolgen hebben voor de chemie van ons lichaam.
Metabolieten van micro-organismen kunnen bijvoorbeeld een kracht ten goede of ten kwade zijn. Sommige microbiële metabolieten kunnen nuttig zijn. Gamma-aminoboterzuur (GABA) is bijvoorbeeld een stressverlagende verbinding, een soort natuurlijk kalmeringsmiddel, dat als gevolg van bacteriële metabolische activiteit in onze systemen kan worden toegediend.
Aan de andere kant hebben wetenschappers bewijs gevonden dat onstilbare trek in bepaalde soorten voedsel het gevolg zijn van de effecten van bacteriële metabolieten op de hersenen.
Met betrekking tot de ziekte van Alzheimer kan de activiteit van darmbacteriën een belangrijke rol spelen. De darmflora kan amyloïde-eiwitten produceren die in de bloedsomloop terechtkomen en de bloed-hersenbarrière passeren om toegang te krijgen tot de hersenen.
Een van de kenmerken van de ziekte van Alzheimer is de opeenhoping van amyloïde plaques tussen zenuwcellen in de hersenen.
Lipopolysachariden, een bestanddeel van bacteriële celmembranen, kunnen in de bloedbaan van het lichaam terechtkomen en ontstekingsprocessen aanslingeren, die bijdragen aan de pathologie van de ziekte van Alzheimer. Een dieet met weinig antioxidanten of veel ontstekingsbevorderende vetzuren kan deze onaangename microbiotische gevolgen verder versterken.
Hoe kunnen we leren van wat wetenschappers hebben ontdekt over de darmflora om zo ons risico op de ziekte van Alzheimer te verminderen? Een heel belangrijke conclusie die we kunnen trekken is dat onze microbiële bewoners ons nodig hebben om zich goed te voeden.
Een dieet waarmee goede resultaten worden behaald is het zogenaamde Mediterrane dieet. Dit dieet blijkt het risico op de ziekte van Alzheimer te verminderen en tegelijk ook gunstig in te werken op onze darmflora.
Een plantaardig dieet rijk aan groenten en fruit en veel vezels verandert de samenstelling van onze darmflora, vermindert het aantal Bacteroides-bacteriën en stimuleert de groei van gezondheidsbevorderende Prevotella-soorten.
De groei van ongewenste Bacteroides-soorten wordt afgeremd door consumptie van de polyfenolen in groene en zwarte thee. Prebiotica (niet-verteerbare vezels die kunnen dienen als voedsel voor de darmflora) bieden extra ondersteuning voor een gezonde microbiële populatie.
Prebiotische vezels, die nutteloos lijken omdat ze onverteerbaar zijn voor een mens, zijn daarentegen een belangrijke voedselbron voor de darmflora en bevorderen aldus de groei van gezonde micro-organismen zoals bifidobacteriën en melkzuurbacteriën.