Naar aanleiding van de run op resveratrol en het daar aan verwante pterostilbeen wegens een opmerking over het gunstige effect daarvan op de leptinespiegel en daarmee samenhangende slechtere hartfuntie, werd me gevraagd meer te vertellen over leptine en leptine-resistentie.
Vandaag de dag wordt in onderzoeken naar overgewicht veel gesproken over het verband daartussen en het hormoon leptine. Er is afdoende bewijs wat erop duidt dat mensen met een fors overgewicht (obesitas) niet goed reageren op een stijging van het niveau aan leptine. Althans niet zoals mensen die van nature slank zijn, reageren op leptine. Dit is de reden waarom obesitas in verband wordt gebracht met 'leptine resistentie'. Wetenschappers ontdekten leptine voor het eerst in 1994, nadat er al lange tijd gezocht werd naar hormonen die invloed hebben op het lichaamsgewicht en calorie-inname.
Waar wetenschappers eerst dachten dat van leptine een krachtig afslanksupplement gemaakt kon worden, kon dit niet waar worden gemaakt omdat het als voedingssupplement domweg wordt afgebroken voor het de bloedbaan bereikt.
Hoe werkt leptine in het lichaam en waar komt het vandaan? Leptine werkt in op hersengebieden, die eetlust en eetgedrag bepalen. De bijnaam 'uithongeringshormoon' is van toepassing omdat het gehalte ervan fors daalt wanneer iemand veel te weinig eet of te veel beweegt en daarbij veel vet verliest. Dit zijn allemaal factoren die een rol spelen wanneer iemand uit eigen wil of door omstandigheden uitgehongerd raakt.
De tegenpool van leptine is ghreline, die het 'hongerhormoon' wordt genoemd omdat dit hormoon de eetlust regelt en onder die omstandigheden juist stijgt.
Wanneer iemand heel erg lang op een vast gewicht blijft hangen is dat het punt waarbij het lichaam zich prettig voelt en vetcellen een vaste hoeveelheid leptine produceren waardoor de balans bewaard wordt voor een optimale celfunctie en een goede gewichtsbeheersing.
Wanneer iemand dan zwaarder wordt, zal het lichaam meer leptine produceren waardoor mensen minder hongerig worden omdat de hoeveelheid vet in de vetcellen toeneemt. En andersom als iemand afvalt, dan daalt de hoeveelheid leptine, waardoor mensen meer honger krijgen omdat de hoeveelheid vet in vetcellen afneemt. Althans, dat is zoals het bij gezonde mensen hoort te werken. Bij sommigen werkt deze mooie energiebalans niet goed.
Er valt nog veel te ontdekken voor we alles weten over leptineresistentie of verminderde gevoeligheid voor leptine en wat daaraan gedaan kan worden om het te voorkomen of om te draaien.
Deskundigen geloven dat een leefstijl waarbij men heel veel sterk bewerkt calorierijk voedsel eet, waar buiten koolhydraten en vetten slechts weinig meerwaarde aan essentiële voedingsstoffen in zit, de hoofdoorzaak is voor het ontwikkelen van leptineresistentie, vooral wanneer men daarbij ook nog veel stress ervaart en weinig beweegt.
Maar zelfs wanneer iemand van nature aanleg heeft voor overgewicht, valt er dankzij een gezonde leefstijl veel te doen om dit te voorkomen, met name door hoogwaardige voeding te eten, genoeg te bewegen en te voorkomen dat men aan stress onderdoor gaat.
De definitie van leptine is 'een hormoon op basis van eiwitpeptiden die door vetcellen wordt geproduceerd, die een rol spelen bij gewichtsbeheersing door invloed uit te oefenen op de hypothalamus om de eetlust te onderdrukken en vet in vetweefsel te laten verbranden.”
Leptine staat bekend als het 'uithongeringshormoon' of het 'verzadigingshormoon' omdat het de hersenen laat weten dat je genoeg gegeten hebt. Het kan je zelfs ook tot meer beweging aanzetten. Een aantal factoren kunnen de afgifte van leptine en ghreline beïnvloeden zoals :
- calorie-inname
- tijdstip waarop gegeten wordt
- slaap/waak cyclus en duur (beiden hebben verband met het interne bioritme)
- blootstelling aan licht
- lichaamsbeweging
- stress
De allerbelangrijkste factor, die bepaalt hoeveel leptine wordt geproduceerd, is lichaamsvet. De hoeveelheid daarvan schommelt met je lichaamsgewicht of eigenlijk, met je vetpercentage (toename in spiermassa heeft geen invloed op leptine).
Leptine wordt vooral in vetcellen geproduceerd, wat dus de reden is waarom er meer leptine wordt aangemaakt wanneer iemand meer vet opslaat in de vetcellen. Er wordt minder leptine geproduceerd wanneer iemand afslankt.
Leptine heeft ook veel invloed op andere hormoonsystemen zoals de vruchtbaarheid, schildklier, bijnieren en groeihormoon.
Leptine werkt in op de hersenen door zich te binden aan specifieke receptoren. Wanneer de leptinespiegel stijgt, zal iemand minder honger krijgen en zich meestal ook energieker moeten voelen en bewust of onbewust meer gaan bewegen. Dankzij deze terugkoppeling blijven de meeste mensen op een vast gewicht hangen en komen niet te snel aan.
Leptine en ghreline maken deel uit van een veelvoud aan hormonen, die invloed hebben op de stofwisseling, eetlust en lichaamsgewicht. Waar leptine wordt beschouwd als het belangrijkste 'verzadigingshormoon' omdat het je eetlust beheerst, wordt ghreline gezien als het belangrijkste 'honger hormoon' omdat het je eetlust doet toenemen.
Wanneer de balans tussen leptine en ghreline verstoord raakt, raakt ook je vermogen om te eten als je echt honger hebt en te stoppen wanneer je verzadigd raakt, uit balans, waardoor je lichaamsgewicht niet meer stabiel blijft met alle gevolgen van dien.
Ofschoon de twee hormonen tegengestelde effecten hebben, werken ze heel nauw samen, waarbij veranderingen in eetgedrag en leefstijl veel invloed hebben op de afgifte van beide hormonen.
Wat is nu de relatie tussen obesitas en leptine? Gewichtstoename leidt meestal tot een toename van de leptinespiegel in je bloed en gewichtsafname leidt tot een afname van de hoeveelheid leptine. Wanneer sprake is van leptineresistentie, komt er geen signaal dat je verzadigd bent en kan je in korte tijd snel dikker worden.
Of beter, het lichaam is 'doof' voor dat signaal. Zodoende eet men dan meer dan dan nodig is om zich vol of verzadigd te voelen, omdat het lichaam geen signaal krijgt dat er genoeg voedsel (calorieën) binnen is gekomen.
Hoe dat komt, is nog niet volledig duidelijk, maar deskundigen geloven dat bij obesitas verschillende celprocessen anders gaan verlopen, waardoor het signaal van leptine niet goed doorkomt.
Leptineresistentie op zichzelf veroorzaakt op zichzelf geen obesitas, maar het draagt wel bij aan veranderingen op celniveau waardoor iemand sneller aankomt wanneer daar al erfelijke aanleg voor is en de omgeving/leefstijl daartoe bijdraagt.
Bepaalde genetische veranderingen blijken ertoe te leiden dat mensen een heel sterk verlangen naar calorierijke voeding hebben, zoals sterk bewerkt junkfood, die gemakkelijker tot overeten leiden.
Datzelfde overgewicht draagt dan bij aan chronische laaggradige ontsteking, insulineresistentie en andere gezondheidsproblemen, waardoor het moeilijker wordt om af te vallen. Dat komt omdat ontstekingen en de daaruit volgende andere aandoeningen vanzelf leiden tot verminderde leptinegevoeligheid in de hypothalamus.
Er zijn veel fantastische supplementen, die helpen om het verouderingsproces tegen te gaan en/of je stofwisseling een tandje sneller te laten hopen: acetyl-l-carnitine, alfalipozuur, cafeïne, carnosine, CLA, DHA, druivepitextract, pantethine, er is een eindeloze rij ervan.
Feitelijk werken normale voedingsstoffen al zodanig, dat ze cellen helpen beter te functioneren en daardoor dus ook langer te leven.
Waarom dan is resveratrol de koning van de anti-verouderingssupplementen, waarbij ze ook nog eens een goede bijdrage leveren aan vetverbranding?
De reden waarom resveratrol deze dubbele werking heeft is omdat ze een heel belangrijk gen aan het werk zet, wat betrokken is bij de stofwisseling en vetverbranding, namelijk SIRT1.
De belangstelling voor resveratrol trok aan, nadat het werd geïdentificeerd als een component in rode wijn, die een verklaring zou kunnen geven voor de “French Paradox”. De gemiddelde Fransman eet een vetrijk dieet, terwijl ze toch veel minder last hebben van hartkwalen dan de gemiddelde Amerikaan. Uit onderzoek blijkt dat resveratrol de lever vet beter en sneller laat omzetten.
Resveratrol zit o.a. in druiven en bosbessen waarin het de taak heeft om zich tegen infecties door bacteriën en schimmels te beschermen alsmede tegen UV-straling.
Resveratrol is weer net een ander stofje dan de flavonoïde pro-anthocyanidines, die in druivepitextract aanwezig zijn, die eveneens bijdragen aan dezelfde “French Paradox”.
Bosbessen bevatten weer andere flavonoïden en een afgeleide van resveratrol, pterostilbeen.
Pterostilbeen heeft weer andere leuke eigenschappen zoals beïnvloeding van de cholesterolstofwisseling en de aanmaak van triglyceriden binnen lichaamscellen. Ook bieden ze de hersenen bescherming tegen veroudering.
De dosering die nodig is om enig effect te hebben varieert tussen enkele milligrammen voor een beschermende invloed (zoals aanwezig in 1 fles wijn) tot 100 milligram voor een therapeutisch werkzame dosering.
SIRT1 is het belangrijkste gen wat betrokken is bij de levensverlengende eigenschappen van calorie-restrictie.
Een heel eenvoudige uitleg van de werking ervan is dat SIRT1 actief wordt wanneer sprake is van voedselschaarste. Hierdoor wordt opgeslagen vet als brandstof gebruikt en wordt je ook energieker, waardoor je genoeg energie overhoudt om op zoek te gaan naar voedsel.
Het SIRT1-gen is dus een heel belangrijk onderdeel van de kettingreacties die op gang komen wanneer sprake is van hongersnood om te kunnen overleven.
Door minder te eten dan je nodig hebt (calorie-restrictie), wordt dit SIRT1 vanzelf geactiveerd, wat gepaard blijkt te gaan met levensverlenging, een betere vetverbranding en cholesterolbeheersing, een beter werkend immuunsysteem en een betere hartfunctie.
Wanneer iemand voortdurend te veel eet, leidt de opslag van al dat vet tot een flinke toename van ontstekingsstoffen, die daarop de lever stimuleren om meer van het ontstekingseiwit CRP (C-Reactive Protein) aan te maken.
Vanwege de toename aan ontstekingen ontstaat ook meer schade door vrije radicalen in de bloedvaten en daardoor ook in het hele lichaam.
Overtollig vet zet zich ook af op de celwanden van bloedvaten, die daarop nog meer ontstoken raken en waardoor het proces, waarbij vaatverwijdende stikstofoxide wordt aangemaakt, ontregeld raakt. Omdat bloedvaten dan te nauw blijven om goed te doorbloeden, gaat ter compensatie de bloeddruk omhoog, waardoor er nog meer vrije radicalen hun schadelijke werk kunnen doen, zoals het beschadigen van LDL cholesterol en er meer plaques worden afgezet op de bloedvatwand en bloedvaten zich nog verder vernauwen.
Hierbij neemt de hoeveelheid rondcirculerend leptine ook almaar toe (vanwege de leptine resistentie) waardoor van een ander belangrijk hormoon (adiponectine) ook minder wordt aangemaakt. Wat weer aanleiding geeft tot een slecht humeur en insulineresistentie, wat uiteindelijk weer leidt tot diabetes type II.
Mensen hebben domweg niet de genen die kunnen omgaan met overvloed omdat we in de miljoenen jaren dat de mens op aarde rondwandelt, hier pas in de laatste decennia mee te maken krijgen en we ons daar nog niet op hebben kunnen aanpassen.
We hebben na miljoenen jaren ervaring met hongersnood, talloze ingenieuze lichaamsprocessen die puur zijn bedoeld om uithongering succesvol te kunnen overleven.
Leptine is een heel belangrijk hormoon bij het kunnen overleven van hongersnood. Tijdens een hongersnood circuleert er heel weinig leptine in het bloed omdat de hoeveelheid vet, wat de aanmaak ervan reguleert afneemt. Zodoende weten de hersenen dat er sprake is van hongersnood.
Als gevolg hiervan, zal de lever de aanmaak van SIRT1 stimuleren. Hierdoor kan de lever lichaamsvet beter omzetten naar brandstof in plaats van ze op te slaan, waardoor je genoeg energie krijgt om op jacht te gaan of voedsel te verzamelen.
Wanneer het gehalte aan leptine laag wordt als gevolg van uithongering, wordt de aanmaak SIRT1 in de lever gestimuleerd via de hersenen.
Wanneer het gehalte aan leptine hoog is (als gevolg van leptine-resistentie door overgewicht), wordt er geen extra SIRT1 aangemaakt om meer vet te verbranden, omdat de hongersnood voorbij is, zelfs wanneer dat niet zo is en die persoon probeert af te vallen.
Wanneer je wilt afvallen en vrij gemakkelijk de eerste 5 tot 10 kilo kwijt raakt, daalt meestal het gehalte aan leptine in het bloed vrij snel, wat je snel zult merken omdat je dan minder trek krijgt. Een tijd lang zal je lichaam zijn uiterste best gaan doen om meer vet te verbranden en zo snel op het oude vaste lichaamsgewicht terecht te komen.
Daarna wordt het ineens heel veel moeilijker. Na een maand komt gewichtsverlies bij veel mensen tot stilstand op een punt, wat nog ver is verwijderd van je streefgewicht.
Eet je nu structureel veel te weinig, dan kan het lichaam niet goed functioneren. Je hebt een zwaar hoofd, raakt snel geïrriteerd, je slaap raakt verstoord, je weerstand gaat onderuit, waardoor je sneller ziek wordt.
Wanneer je meer gaat bewegen, raak je helemaal uitgeput en ga je je nog beroerder voelen. Wanneer je al last hebt van (geestelijke) stress en niet het makkelijke leventje leidt van de aapjes, die minder te eten kregen dan ze nodig hadden, raak je geheid in de problemen en eet je je bij de eerste kans die je krijgt, helemaal ongans aan wat je maar binnen handbereik hebt.
Ja, het klopt dat je dankzij caloriebeheersing in theorie langer kan leven! Maar helaas, pindakaas, zo werkt het niet in de praktijk!
Want wanneer je jezelf langdurig uithongert, maakt het lichaam óók ontstekingsstoffen aan!
Die ontstekingsstoffen komen dan niet langer vanuit de overdadige hoeveelheid vet, maar van het trauma wat ontstaat door een hongerdieet gecombineerd met de zaken die ons in het alledaagse bestaan, dwarszitten.
Onder deze omstandigheden zal het lichaam geen vet verbranden, maar spiermassa, een duidelijk teken dat we op een verkeerde manier bezig zijn.
Wanneer je dan meer gaat eten, voel je je meteen al een heel stuk beter. Helaas stijgt daardoor weer het gehalte aan leptine, en wordt er geen SIRT1 meer aangemaakt, waardoor we snel vet gaan opslaan. Sterker nog, de meeste mensen merken dat ze aankomen van de hoeveelheid voedsel waar ze voorheen mee op gewicht bleven.
Na het afwisselend streng lijnen en overeten is het niet ongebruikelijk dat je daarna zelfs nog twee tot vijf kilo zwaarder bent, dan toen je begon met lijnen! Als een soort verzekering dat je niet nog eens zo stom zult zijn om weer aan de lijn te gaan doen.
Dat is het moment waarop resveratrol te hulp schiet. Resveratrol is een ideale voedingsstof om het afslankproces te versnellen en toch genoeg energie over te houden, zodra je eenmaal de eerste paar kilo's kwijt bent, met name wanneer het afvallen tot stilstand komt.
Resveratrol zet namelijk het SIRT1-gen in werking, waardoor je gemakkelijker zult afslanken terwijl je minder eet dan je nodig hebt.
Hoe mooi kan je het hebben! Hoe weet je of resveratrol voor jou kan werken? Als je je energiek genoeg voelt om te sporten, je humeur goed is, en je afvalt omdat je minder eet dan je nodig hebt. Resveratrol werkt voor je of het werkt niet, dus is het niet heel moeilijk om na een paar weken gebruik te beoordelen ervaren of dat voor jou ook geldt.
Eén van de grote voordelen van resveratrol bij gewichtsbeheersing is dat je lichaam niet afglijdt naar het andere uiterste, namelijk dat van de ontstekingsreacties als gevolg van uithongering. Resveratrol helpt je om hardnekkige plateaus te doorbreken waarbij het lichaam maar vast blijft houden aan het nieuwe lichaamsgewicht (setpoint). Resveratrol is op zijn best wanneer je al de allergrootste overdaad aan leptine kwijt bent dankzij de eerste fase van je lijnpoging.
Uit onderzoek blijkt dat resveratrol zelfs werkt wanneer je niet aan de lijn doet en gewoon op onderhoud eet of helemaal niet hoeft af te vallen. Kijk maar naar de Fransman, die veel resveratrol uit wijn binnen krijgt en tegelijk slank blijft ondanks dat ze vrij veel verzadigd vet eten. Daarentegen eten ze zelden echt te veel, leggen ze de nadruk op vers en veelal biologisch verbouwd voedsel. Bovendien is het eten van tussendoortjes niet hun gewoonte. Resveratrol wordt qua werking overklast wanneer iemand hardnekkig te veel blijft eten.
Inmiddels neemt ook in Frankrijk het probleem van obesitas toe, omdat ook hier steeds meer junkfood wordt gegeten en veelvuldig wordt gesnackt door jongeren.
Hoe dikker je taille is, des te groter is je kans op vroegtijdig overlijden, een risico wat recht evenredig toeneemt met de uitdijing van je taille. Lukt het je om vooral datgene te eten at veilig en natuurlijk is, dan helpt die voeding je om je streefgewicht te bereiken en te behouden. Zodra dat lukt, zal je ook langer gaan leven.
Eenvoudigweg door af te vallen op een gezonde manier zal je hart al beter gaan functioneren. Wanneer resveratrol uitsluitend zou helpen met het afslankproces, dan nog zal het gunstig inwerken op de hartfunctie.
Maar het doet meer dan dat. Er zijn vele onderzoeken op celniveau en bij proefdieren gedaan, die er op wijzen dat resveratrol een positieve invloed heeft op de structuur en de functie.
Dankzij resveratrol kleven immuuncellen minder gemakkelijk aan de bloedvatwand en kan er weer meer bloedvat verwijdend stikstofoxide worden aangemaakt, waardoor er minder druk komt te staan op bloedvaten en de doorbloeding verbetert. Er ontstaan minder klonteringen in de bloedvaten en bovendien raken bloedvaten minder snel ontstoken.
Toen eenmaal ook onderzoek gedaan werd bij mensen, bleek dat ook voor hen te gelden: de hartfunctie verbeterde aanzienlijk.
Resveratrol beschermt net als druivepitextract de interne lichaamsstructuur van mensen.
Dat valt te verklaren omdat het een antioxidant is met ontstekingsremmende eigenschappen, die een krachtige invloed uitoefent op het gen dat de kettingreactie aan ontstekingsreacties in gang zet.
Dat is nog niet alles, resveratrol heeft ook invloed op de botopbouw, de coördinatie, gewrichtsfunctie en beschermt, de lever, de alvleesklier, en heeft ook nog eens invloed op een goede celfunctie.
Dat is best een indrukwekkend resultaat voor een enkele werkzame stof. Wie weet klopt het dus echt dat resveratrol een levensverlengend effect heeft.
De dosering waarbij resveratrol invloed uitoefent op het lichaam varieert voor proefdieren tusen 2,5 en 10 milligram per kg lichaamsgewicht. Dit vertaalt zich naar een werkzame dosering van 175-700 mg voor een volwassene van 70kg. Voor pterostilbeen is de werkzwame dosering vele malen lager.
En dan nu terug naar leptine.
Hoe komt het dat het leptine gehalte in je lichaam toeneemt of afneemt? Houd er rekening mee dat leptine bij lange na niet de enige factor is die invloed heeft op je lichaamsgewicht. Andere belangrijke factoren zijn: je dieet, erfelijke factoren, leeftijd, geslacht, hoeveel je beweegt, ziektegeschiedenis en je darmflora!
De leptine spiegel kan in balans gebracht worden door andere keuzes te maken bij je dieet en je leefstijl om op je streefgewicht te komen:
Is er voeding die je leptinespiegel positief beïnvloedt? Jawel, dat gaat op voor voedsel waar je een verzadigend gevoel door krijgt. Hierdoor wordt het lichaam gevoeliger voor leptine.
Twee belangrijke factoren die een invloed hebben op overgewicht en leptineresistentie zijn de
smakelijkheid en het gevoel van
beloning wat je krijgt van voedsel.
De smakelijkheid van voedsel hangt niet alleen af van de smaak, maar ook van het mondgevoel wat je hebt bij vast en vloeibaar voedsel.
De beloning ligt in de mate waarin voedsel een plezierig gevoel geeft terwijl je het aan het opeten bent.
Zowel de smakelijkheid als het plezier wat je ervaart bij het eten van voedsel hebben een grote invloed op de zenuwen, die bepalen hoeveel je daadwerkelijk gaat eten.
De mate van beloning en de smakelijkheid die je ervaart bij het eten, wordt bepaald door het centrale zenuwstelsel, die ook invloed hebben op de hoeveelheid leptine en ghreline die worden aangemaakt.
Wanneer je heel erg calorierijk en sterk bewerkt junkfood eet, heeft dat invloed op je hersenen, waardoor de drang om meer te eten juist toeneemt. Dat is precies waarom je dat soort voedsel juist niet zou moeten eten en waarom het beter is om vooral vers en weinig bewerkt voedsel te consumeren om zo je eetlust in bedwang te houden.
Het voedsel, waar je een
voller gevoel en minder trek tussendoor van krijgt, met minder kans op overeten zijn de volgende soorten.
Vezelrijk en volumineus voedsel, met name verse en gekookte groenten
Voeding met een lage voedingsdichtheid (groot volume met veel water en vezels) zijn anderzijds wel juist laag-calorische levensmiddelen die veel voedingsstoffen leveren.
Zoals groenten, vers fruit, salades, soepen op basis van bottenbouillon, bonen, groenten en volkoren granen. Veel van deze levensmiddelen zijn ook vezelrijk, wat helpt om honger te onderdrukken, overeten te voorkomen en desondanks toch een tevreden gevoel geeft na het nuttigen van zo'n maaltijd.
Eiwitrijk voedsel. Eiwitten helpen om honger te stillen en spiermassa te behouden terwijl je aan de lijn doet. Dankzij een hoge eiwitinname eet je als vanzelf minder en 'kakt' de stofwisseling niet in. Eet bij elke maaltijd eiwit, zoals yoghurt, rundvlees van koeien die op gras lopen, vis wat in de vrije natuur is gevangen, eieren, scharrelkippen en peulvruchten.
Gezonde vetten. Vetten zijn dan wel calorierijk, maar wel essentieel voor de opname van belangrijke voedingsstoffen. Vet geeft smaak aan je maaltijden en houden het hongerhormoon in bedwant. Aan een maaltijd zonder vet zit meestal kraak noch smaak en je krijgt er ook geen vol gevoel van. Probeer bij elke maaltijd een kleine hoeveelheid gezonde vetten te eten, zoals kokosolie, olijfolie, avocado, noten, zaden of vet wat van nature in zuivel, rundvlees of eieren aanwezig is.
Er zijn verschillende varianten op deeltijdvasten, waaronder dat van het wisseldieet waarbij om de andere dag veel of juist weinig gegeten wordt en waarbij je maar een beperkt deel van de dag eet. Al deze varianten maken het lichaam gevoeliger voor leptine, waardoor je gemakkelijker afvalt.
Deskundigen denken dat het vasten er ook voor zorgt dat er minder ontstekingsreacties plaats vinden in dat deel van de hersenen, waar het energieverbruik en de voedselinname wordt geregeld. Hierdoor komt er een betere balans tussen de hoeveelheid voedsel die we eten en verbranden en krijgen we minder snel te maken met overgewicht.
Wanneer je deeltijdvasten ook nog eens combineert met krachttraining, gaat het lichaam er nog sneller op vooruit.
Gezonde mannen, die 8 weken lang 16 uur moesten vasten en dan hun maaltijden in 8 uur tijd moesten opeten, bleken slanker te zijn geworden zonder dat sprake was van spierverlies.
Van een aantal hormonen werd minder aangemaakt: testosteron, insuline
De aanmaak van testosteron, insuline-achtige groeifactor (IGF) en leptine nam af, terwijl de hoeveelheid energie die het lichaam nodig had, niet afnam. Dat is een indrukwekkend resultaat omdat een afname van de hoeveelheid leptine vrijwel altijd gepaard gaat met een sterke afname van je stofwisseling en energiebehoefte.
In de aanmaak van thyreoïdstimulerend hormoon (TSH), totaal cholesterol, HDL en LDL lipoproteïne evenals van de triglyceriden veranderde er niets.
De manier waarop je eet, het tijdstip wanneer je eet, de plek waar je eet en met wie je eet heeft allemaal invloed op hoeveel je eet en hoe verzadigd je je daarna voelt. Hier zijn een paar tips om bedachtzamer te eten, je verzadigder en tevreden genoeg te voelen om tenminste een flink aantal uren na een maaltijd geen honger of snaaizin te krijgen:
- eet niet tijdens het werk of wanneer je afgeleid bent
- eet langzaam en kauw goed op je voedsel
- als je je niet goed voelt bij maar 1 of 2 maaltijden per dag, verspreid dan de maaltijden over dag
- laat groenten of fruit de helft uit maken van je bord, zodat je het idee krijgt dat je meer calorieën binnenkrijgt dan daadwerkelijk het geval is
- eet minder vaak buitenshuis en ga er dan bij zitten om zo op je gemak de maaltijd te nuttigen
- drink zo weinig mogelijk vloeibaar voedsel, probeer vooral kraanwater, thee of zwarte koffie te drinken
- begin je maaltijd met een soep op basis van bottenbouillon of eet een salade, zodat je ergste honger gestild wordt
- als het kan, zorg er dan voor je zo weinig mogelijk in de verleiding komt junkfood te eten, door het domweg niet in huis of je werkplek toe te staan
Lichaamsbeweging is een van de beste manieren om meer spiermassa te kweken, je stofwisseling toe te laten nemen of je gevoeliger te maken voor leptine en insuline.
Zodra je meer beweegt, neemt ook je energiebehoefte toe door een hogere stofwisselingssnelheid en je vermogen om de leptine-afgifte beter te regelen. Zelfs bij mensen die van nature gemakkelijk aankomen, kan meer lichaamsbeweging bescherming bieden tegen gewichtstoename.
Wees je je ervan bewust dat je ook kan overdrijven. Te fanatiek sporten laat je leptinespiegel drastisch dalen waardoor je bovenmatig veel trek krijgt. Overmatig veel lichaamsbeweging tot meerdere uren per dag, leidt tot een verstoring in de afgifte van leptine.
Er moet een gezonde afwisseling zijn tussen lichaamsbeweging en herstel.
Iemand kan namelijk ook overtraind raken, waardoor de stofwisseling van slag raakt en de leptinespiegel te laag wordt. Erger nog, dan ontstaan problemen met de vruchtbaarheid, de werking van de schildklier, het libido en bij vrouwen raakt de menstruatiecyclus van slag.
Zelfs wanneer iemand genoeg gegeten heeft, kan die persoon toch te veel aan eten wanneer sprake is van chronische stress.
Bij iemand die veel stress ervaart, zal de hoeveelheid cortisol (stresshormoon) die aangemaakt wordt, stijgen en zal die persoon gedeprimeerd raken of angstig worden, waardoor er sneller sprake zal zijn van gewichtstoename.
Het is dus belangrijk om te zorgen dat je minder van het stresshormoon cortisol aanmaakt en er geen ontstekingsprocessen in gang worden gezet als gevolg van de chronische stress. Zorg er dus voor dat je elke dag tijd neemt voor jezelf, waardoor je je geest tot rust brengt en ontspant. Uiteraard zorg je er ook voor dat je 's nachts genoeg slaapt.
Doe elke dag tenminste één ding waardoor je je kan ontspannen, zoals sporten, mediteren, bidden, trekoefeningen, tai chi of yoga, een bad met welriekende oliën te nemen, lezen ter ontspanning, een dagboek bijhouden of je vermeien met vrienden of familie.
Wanneer je voortdurend te weinig eet, veel sport en afvalt, zal je leptinespiegel geheid dalen. Dankzij deze afname in de hoeveelheid leptine, zal het moeilijker worden om gewicht te blijven verliezen, zelfs wanneer je nog steeds weinig eet.
Dat komt omdat je stofwisseling vertraagt, zodat je lichaam toe kan met minder calorieën in een ultieme poging om hetzelfde gewicht vast te houden.
Een smokkeldag neem je 1x per week en soms als je al heel veel bent afgevallen, 2x per week, waarbij je met name veel meer koolhdraten eet.
Zo'n smokkeldag is met name nuttig als je normaal gesproken heel erg gezond eet, waardoor je automatisch minder calorieën binnen krijgt.
Door vooral veel meer zetmeel te eten, loop je de minste kans dat dit extra voedsel als vet wordt opgeslagen en heeft het de grootste invloed op je schildklier en wordt bovendien het spierglycogeen aangevuld. Het lichaam zal dan ook dankzij de beperkte hoeveelheid vet, ook meer leptine gaan aanmaken.
Behalve dat het afvallen daarna in lichamelijke zin gemakkelijker zal gaan, helpt het ook op geestelijk niveau om het dieet vol te houden.
Leptine is dus een hormoon, dat door vetcellen wordt aangemaakt en een belangrijke rol spelen bij gewichtsbeheersing.
Leptine werkt in op de hypothalamus, die de eetlust regelt en ervoor zorgt dat lichaamsvet verbrand wordt.
Wanneer de balans tussen leptine en ghreline verstoord raakt, lukt het je amper nog om alleen te eten wanneer je honger hebt en daarmee op te houden wanneer je verzadigd bent, wat tot ernstig overgewicht kan leiden.
Vermijd leptineresistentie en zorg ervoor dat leptine je slank maakt door vers en weinig bewerkt voedsel te eten, genoeg te bewegen, je voortgang bij te houden (wegen en meten). Voorkom dat er junkfood in huis komt, eet bedachtzaam en zorg dat je manieren vindt om goed uit te rusten en je geestelijk te ontspannen.
Zodra het afvallen niet meer zo gemakkelijk lukt, kan resveratrol of pterostilbeen daar een steuntje in de rug bij geven.