Zink en HCQ: HCQ werkt als ionofoor en verbetert zo de opname van zink waardoor de weerstand toeneemt

Zink en HCQ: HCQ werkt als ionofoor en verbetert zo de opname van zink waardoor de weerstand toeneemt

Zink en HCQ

In de afgelopen maanden heeft vrijwel iedereen gehoord van het malariamedicijn hydroxychloroquine (HCQ) en het verhaal erachter. Hoe het eerst werd omarmd als het goedkope wondermedicijn dat ons uit de klauwen van COVID-19 kon redden om daarna weg te worden gezet als 'te gevaarlijk om zieke patiënten met onderliggende hartkwalen aan bloot te stellen'.

Toen ik vernam hoe HCQ eigenlijk zou moeten worden ingezet bij de huidige pandemie, was ik verbijsterd te merken dat HCQ vrijwel steeds zonder enige toevoeging als medicijn op zichzelf werd gebruikt, terwijl het in dit geval niet een geneesmiddel is voor COVID-19 maar een boodschapper, die als transportmiddel dient voor het uiterst nuttige zinkmineraal.
Het inmiddels befaamde Zelenko-protocol gebruikt namelijk niet alleen HCQ maar ook azithromycine (om bacteriële longontsteking te voorkomen) en zink evenals een aantal andere essentiële vitamines en mineralen. Bovendien is dit protocol nooit bedoeld voor gebruik in ziekenhuizen als een patiënt al ernstig ziek is, maar voor de periode waarin iemand nog maar net ziek is geworden, waarbij het dan onder toezicht van de huisarts kan worden gebruikt.

Aangezien de onderzoekers die HCQ via een artikel in de Lancet in een slecht daglicht hadden gesteld, inmiddels zijn ontmaskerd als bedriegers, althans als mensen die gebruik maakten van frauduleuze data om op deze manier ivermectine te promoten, waar één van de auteurs financiële belangen in had, leek het ons tijd om uit te leggen waarom en hoe HCQ gebruikt wordt in combinatie met zink.

De weerstand stimuleren met zink

Het is wel heel opvallend hoe zelfs vooraanstaande artsen in de massamedia verschijnen om ons te vertellen dat het niet mogelijk is om je weerstand zodanig te verbeteren dat het je het SARS-CoV-2 virus kan verslaan. Het is bijna niet te bevatten hoe onwetend reguliere en zelfs beroemde artsen zijn op dit terrein en dat ze ermee weg kunnen komen dat ze zonder tegenspraak mensen kunnen bespotten die bewijs leveren van het tegendeel.

Je eigen immuunsysteem wordt niet voor niets 'weerstand' genoemd. Het is het eerste verdedigingsmechanisme bij alle ziekten en met name bij infectieziekten. Er zijn meerdere manieren om de weerstand en immuunfunctie te stimuleren. Eén voedingsstof speelt een belangrijke rol bij de verdediging tegen virussen: dat is zink.

Er is vrij overtuigend bewezen dat de reden waarom het malariamedicijn hdyroxychloroquine (HCQ) zo bruikbaar is in de behandeling van COVID-19, namelijk dat het de opname van zink in de lichaamscellen bevordert.

De malariamedicijnen chloroquine en hydroxychloroquine, die werken als zogenaamde zink-ionoforen (zink transportmolecuul) zijn echter niet de enige stoffen die dat effect hebben.

Verbindingen die zink aan zich binden, stimuleren het immuunsysteem

Zink is wellicht een zwaar onderschatte speler bij virusinfecties. Zink is van vitaal belang voor een gezond immuunsysteem en de combinatie van zink met een zinkionofoor (zink transportmolecuul) bleek in 2010 al in staat te zijn om de groei van het SARS1 coronavirus in vitro (in petrischaaltjes gekweekte cellen) af te remmen. In celculturen bleek zink de vermenigvuldiging van virusdeeltjes al binnen een paar minuten te blokkeren.

Een bizar aantal symptomen die men ziet bij COVID-19 treden trouwens ook op bij een zwaar zinktekort. Deze verschijnselen zijn :
- droge hoest
- koorts
- buikpijn
- hartritmestoornis
- verminderd aantal witte bloedcellen (lymfocyten)
- longontsteking
- misselijkheid
- rugpijn
- verlies van reukvermogen
- verminderde weerstand
- toename in het gehalte van interleukine-6 , een maat voor ontsteking
- toename in de ijzeropslag

Het is bijna ironisch om te zien dat een lichaamscel, waarin zink zoveel belangrijke functies vervult, niet heel makkelijk zink de cel binnen laat gaan.

De concentratie aan intracellulair vrij zink is namelijk vrij laag vanwege het feit dat zink heel sterk gebonden wordt aan zogenaamde metallothioneines. Dit zijn kleine moleculen, die metalen aan zich binden zoals zink, koper, en andere zware metalen. Een lichaamscel zal namelijk op vrij agressieve wijze verhinderen dat zink zich gaat stapelen omdat het bij hoge concentraties een signaalmolecuul wordt, dat er voor zorgt dat de cel zichzelf laat afsterven (apoptose) of in mildere gevallen eiwitsynthese tegen gaat.
Behalve deze metallothioneines heeft een cel nog meer middelen om te voorkomen dat er te veel zink de cel binnen komt, op een manier zoals we die kennen wanneer twee magneten met dezelfde pool bij elkaar worden gebracht, ze stoten elkaar dan namelijk af.

Zink is dus een mineraal met antivirale eigenschappen. Wanneer de concentratie ervan in een lichaamscel hoog genoeg is, zal het de vermenigvuldiging van RNA-virusdeeltjes afremmen. Zink doet dat door het RNA-afhankelijke RNA polymerase enzym te blokkeren. Dit is voor een RNA virus het belangrijkste enzym wat het nodig heeft voor het kopiëren en vermenigvuldiging van het RNA-virus.

Dat is nu de lastige situatie. Wanneer zink in een vrij hoge concentratie aanwezig is in de lichaamscel, kan dat de vermenigvuldiging van het coronavirus blokkeren, maar de cel zal dat normaal gesproken niet toestaan omwille van de nadelige bijverschijnselen van een te hoge zinkconcentratie in de cel.

Hier komen de zink ionoforen van pas

Gelukkig zijn er moleculen, die bekend staan als zink ionoforen, die het zink gemakkelijker maken om de cel binnen te komen.

Hoe werken zink ionoforen:
1 Vrij zink in ionvorm bevindt zich in een oplossing buiten de cel
2 Het celmembraan en de metaalbindende moleculen verhinderen zink om de cel binnen te komen via speciale poorten
3 Een zink ionofoor zorgt ervoor dat de poort zink wel de cel binnen laat
4 Eenmaal binnen in de cel is zink in staat om het RNA-afhankelijke enzym RNA polymerase te blokkeren, waarna de vermenigvuldiging van virussen wordt stopgezet.

Uiteraard is er ook genoeg zink nodig om zink de cel binnen te kunnen krijgen. De meesten van ons krijgen wanneer we gezond eten, wel genoeg zink binnen. Sommige mensen nemen ondanks een adequate hoeveelheid zink in de voeding toch niet genoeg zink op.
Daarnaast raakt het voorraadje zink in het lichaam onder stressvolle omstandigheden, zoals bij infecties en ontstekingen snel uitgeput.

Hydroxychloroquine (HCQ) blijkt twee verschillende invloeden te hebben op schadelijke virussen. HCQ is een zwak basisch molecuul, dat de zuurtegraad (pH) van van de cel verhoogt tot het niveau waarbij virussen zich niet meer goed kunnen vermenigvuldigen.
Maar HCQ is ook een zink ionofoor, een eigenschap die op de een of andere manier vaak over het hoofd wordt gezien wanneer het wordt toegepast als medicijn bij de COVID-19.
Gelukkig blijkt men in veel ziekenhuizen, waar men uit eigen beweging HCQ is aan gebruiken, dit wel degelijk ook te combineren met zink.

Maar HCQ en ivermectine wat ook regelmatig wordt gebruikt, zijn gelukkig niet de enige zink ionoforen. Gelukkig maar omdat deze 2 geneesmiddelen alleen op recept verkrijgbaar is vanwege de potentieel schadelijke nevenverschijnselen.

Andere natuurlijke zinktransporteurs : quercetine en EGCg

Het goede nieuws is dat een geneesmiddel zoals HCQ niet nodig is, omdat er ook andere natuurlijke verbindingen zijn die hetzelfde kunnen doen.
Naast HCQ zijn de uit voeding afkomstige stofjes quercetine (een bioflavonoïde) en epigallocatechin-gallaat (EGCg, een polyfenol uit groene thee) ook zink ionoforen. Het antioxidant resveratrol blijkt ook in iets mindere mate de eigenschap te hebben dat het als zink ionofoor kan dienen.

Quercetine en zink worden momenteel toegepast als antiviraal middel in een aantal klinische studies op mensen met COVID-19. De combinatie ervan werd eerder ook al toegepast op dieren die besmet waren met ebola en SARS-CoV1 en was al toegelaten door de FDA voor onderzoek op mensen. In China is men ook al bezig met een grootschalig onderzoek op patiënten met COVID-19 .

In een vergelijkend onderzoek uit 2014 werd naar twee zink ionoforen gekeken: quercetine en EGCg (uit groene thee). Daarbij werd opgemerkt dat een achterliggende reden voor de werkzaamheid van deze stoffen ligt in hun vermogen om het zinkgehalte in de cel te doen verhogen en daarmee de weerstand een boost te geven.

Plantaardige polyfenolen zoals de flavonoïden quercetine en epigallocatechine-gallaat (EGCg) zijn zowel antioxidanten als signaalmoleculen.
Daarbij is het wel opmerkelijk dat veel enzymen waar deze polyfenolen op inwerken, voor een goede werking in sterke mate afhankelijk zijn van zink. Deze polyfenolen werken dus ook als zinkionoforen waarbij ze zink-ionen door het plasmamembraan heen loodsen.
Dat polyfenolen in staat zijn om het gehalte aan vrij zink in de cel te verhogen dankzij hun ionofore eigenschappen, kon wel eens de verklaring zijn voor hun biologische werkzaamheid.

Quercetine heeft daarnaast ook zelf antivirale eigenschappen, terwijl zowel quercetine als EGCg in staat is een enzym te blokkeren dat door SARS-coronavirussen wordt gebruikt om gezonde lichaamscellen binnen te dringen.

Natuurlijk alternatief

Het is mogelijk om het Zelenko protocol te imiteren door uitsluitend van natuurlijke middelen gebruik te maken als je denkt ziek te zijn en niet aan een recept voor HCQ en azithromycine kan komen:
- een natuurlijk antibioticum zoals kaneelextract of oregano-olie
- quercetine of EGCg als zink ionofoor (om zink de cel binnen te krijgen)
- zink, tot 30 mg per dag
- vitamine B3 (niacine), 25 tot 50 mg per dag, en selenium om de biologische beschikbaarheid van zink te verbeteren.

Mocht het moeilijk zijn om aan zinksupplementen te komen, dan zou het ook moeten lukken om voedsel te eten dat rijk is aan zink.
Voorbeelden van zulke voeding is hennep, sesamzaadjes, pompoenpitten, cacaopoeder, kaas en zeevruchten zoals oesters, krab, garnalen en mosselen.

Zink + niacine + selenium vormen een winnende combinatie

Niacine en selenium erbij nemen is ook heel nuttig omdat ze allebei ook een rol spelen bij de opname en de biologische beschikbaarheid van zink in het lichaam.

Veroudering is een onvermijdelijk biologisch proces met geleidelijke veranderingen op biochemisch en fysiologisch niveau, die ons bevattelijker maakt voor allerlei ziekten.
Sommige essentiële mineralen zoals zink en selenium of vitamines als niacine kunnen een zetje geven in de juiste richting omdat ze de weerstand en de stofwisseling verbeteren en de antioxidantstatus verhogen.
Uit onderzoek blijkt dat zink met name van belang is voor zowel de aangeboren als de aangeleerde weerstand, het energieverbruik, de hormoonbalans en de antioxidant activiteit (met name van SOD-enzym).
Niacine is een voorloper van NAD+, het substraat voor het enzym dat DNA repareert en is daarom heel geschikt om het lichaam bij te staan om DNA-defecten te repareren.
Selenium zorgt er voor dat de metallothioneine-verbindingen, die zink vast houden dat afstaan door in te werken op het enzym glutathionperoxidase.

Dit is best belangrijk omdat deze metallothioneine-verbindingen zink anders heel moeilijk loslaten in de cel, waardoor de weerstand amper toeneemt, ook al is er genoeg zink beschikbaar.

Supplementeren met zink leidt tot een betere weerstand, stofwisseling en antioxidant status.
Door zink te combineren met selenium worden ook meer antistoffen aangemaakt, wanneer ouderen ingeënt worden tegen de griep waardoor het vaccin krachtiger werkt. 

Naar de hoofdpaginaVolgende blogartikel