Afgelopen maand werden we opgeschrikt door een onverwacht effect van vaccins op het immuunsysteem: een spontane auto-immuunreactie tegen iemands eigen bloedplaatjes, waardoor op gekke plekken bloedingen en bloedstolsels ontstaan.
Aangezien trombose verband houdt met het vormen van te veel bloedstolsels en vitamine K betrokken is bij bloedstolling, herinnerde het me aan een veel gemaakte opmerking door een trouwe klant, namelijk dat die geen vitamine K2 durfde te slikken in verband met de bloedverdunners, die ze ook al neemt.
Vandaar dat het me tijd leek om te achterhalen wat trombose is, wat de rol is van vitamine K bij bloedstolling en of je dit met medicijnen mag combineren.
Een trombose ontstaat wanneer zich een bloedprop vormt in een bloedvat en daar een goede doorbloeding blokkeert. Dit kan in het ergste geval zelfs tot de dood lijden.
Gelukkig kan trombose voorkomen en ook goed behandeld worden wanneer je er op tijd bij bent.
Wanneer een gezond iemand gewond raakt, moet het lichaam in staat zijn om die wond zo snel mogelijk te helen. Een bloedprop wordt gevormd uit bloedplaatjes en fibrine, die op de plek waar de wond ontstaan is, het bloed snel laat stollen om bloedverlies te voorkomen. Wanneer die bloedprop zich binnen een bloedvat vormt of wanneer de bloedprop groter wordt dan nodig is, kan het bloedvat dichtslibben, waardoor het bloed niet kan doorstromen. Soms schiet zo'n bloedprop plotseling los en komt dan ergens anders in het lichaam vast te zitten.
Dat gebeurt vaak in de longen, waar het een longembolie vormt en daar opnieuw een bloedvat kan blokkeren en een zuurstoftekort veroorzaken.
Een klein propje is niet zo'n probleem, maar een grote kan fataal aflopen.
Wanneer een bloedprop in de hersenen problemen veroorzaakt, spreekt men van een beroerte.
Trombose geeft lang niet altijd merkbare bijverschijnselen. Wanneer dat wel gebeurt hangt het van de plek af waar ze ontstaan.
In de benen (meestal zijn het de kuiten) krijg je last van een pijnlijke of opgezwollen gevoel, precies op de plek waar het de bloedprop zit. Er kan een rode vlek op het been ontstaan of de huid kan warmer aanvoelen dan normaal. Het is raadzaam om als je zoiets ervaart, hiermee naar de huisarts te gaan.
Bij een longembolie raken mensen vaak kortademig, krijgen ze een snelle ademhaling, hoesten soms ook bloed op en krijgt men pijn op de borst. Ook kan de hartslag sneller of juist langzamer zijn dan normaal. In ernstiger gevallen kleuren de lippen of benen blauw of stort men plotseling in.
Trombose kan worden veroorzaakt door schade aan de bloedvaten. Deze beschadigingen kunnen ontstaan door letterlijke beschadiging van buiten, maar het kan ook komen door bacteriëlen infecties, waarbij de bloedvatwand ook beschadigd kan worden.
Een aantal van de belangrijkste oorzaken voor trombose zijn een zittende leefstijl, heel lang achtereen te weinig bewegen (zoals bij een lange vlucht), bloedvatvernauwing, uitdroging, hartzwakte, overgewicht, zwangerschap, langdurige operaties, kanker en verschillende soorten medicijnen.
Ook van anticonceptiemiddelen op basis van oestrogenen is bekend dat ze het risico op trombose verhogen.
Op bijsluiters van medicijnen hoort expliciet vermeld te staan of ze het risico op trombose verhogen.
Normaal gesproken wordt trombose behandeld met antistollingsmidddelen om de bloedprop te laten oplossen. Heparine en warfarine zijn bekende antistollingsmiddelen. Patiënten die deze antistollingsmiddelen (of bloedverdunners) nemen, behoren regelmatig naar de trombosedienst te gaan om zich te laten testen of het bloed niet te 'dun' wordt.
Een trombose kan ten dele voorkomen worden door leefstijlveranderingen. Bij veel lange-afstandsvluchten is men er nu alerter op om passagiers oefeningen te laten doen om zo trombose te voorkomen.
Bloedverdunners zijn medicijnen of supplementen, die ervoor zorgen dat het bloed onbelemmerd blijft stromen. Ze verdunnen niet echt je bloed en maken ook bloedproppen niet stuk. Ze verminderen simpelweg het risico op bloedproppen door het stollingsproces af te remmen.
Er zijn twee soorten bloedverdunners: antistollingsmiddelen en (bloed)plaatjesremmers.
Bij de antistollingsmiddelen vormen vitamine K antagonisten (VKA) de grootste groep. VKA-bloedverdunners voorkomen bloedstolling doordat ze vitamine K minder werkzaam maken.
De twee bekendste VKA-bloedverdunners zijn warfarine en heparine. Heparine is het middel wat recent in het nieuws is gekomen omdat de heel bijzondere auto-immuunreactie na vaccinatie, vrijwel identiek bleek te zijn aan wat gebeurt als mensen allergisch reageren op heparine.
Deze middelen zorgen ervoor dat vitamine K minder werkzaam is. Andersom beïnvloedt vitamine K ook weer de werking van deze VKA-middelen.
Plaatjesremmers werken weer anders, ze werken in op de bloedplaatjes die een bloedprop vormen. De bekendste plaatjesremmer is (baby)aspirine.
Bloedverdunners kunnen nuttig zijn wanneer een groot risico bestaat op bloedproppen. Ze worden onder bepaalde omstandigheden ook vaak preventief gegeven:
- na een hartaanval, beroerte, een bypass, plaatsing van een stent of een hartklep, of na een operatie
- om de kans op een beroerte te verminderen
- bij sommige ontstekingsziektes zoals lupus
Vitamine K is een belangrijke vitamine met antioxidantwerking, die vooral bekend is vanwege haar functie bij bloedstolling. De werking van vitamine K wordt behoorlijk afgeremd wanneer iemand op doktersvoorschrift een antistollingsmiddel op basis van coumarine gaat slikken, zoals warfarine. Hierdoor kan namelijk een vitamine K-tekort ontstaan.
Ironisch genoeg kan dit juist hartklachten veroorzaken omdat een vitamine K-tekort lijdt tot aderverkalking. Daarnaast is een vitamine K-tekort een belangrijke oorzaak voor zwakke botten. Het kan zelfs negatief uitpakken voor de bloedsuikerspiegel.
In het dieet is vitamine K1 (fyllochinon) vooral afkomstig uit groene bladgroenten. Vitamine K2 kan zowel uit voeding komen (met name uit zuivel, eieren en rundvlees) als door bacteriën in de dikke darm worden aangemaakt. De hoeveelheid K2 in voeding is echter vrij beperkt, zodat toch vitamine K1 het grootste aandeel vormt in de voeding.
Daarentegen blijft K2 wel weer langer in het lichaam aanwezig.
Vitamine K1 en K2 zijn belangrijk omdat ze ervoor zorgen dat een flink aantal eiwitten biologisch actief worden.
De laatste decennia wordt echter aan een toenemend aantal mensen warfarine toegediend om zo de kans op een beroerte te laten afnemen. Helaas heeft dat ernstige gevolgen voor een goede werkzaamheid van vitamine K.
Zelfs heteen waarvoor warfarine wordt ingezet doet het niet goed, het is een heel 'lomp wapen' om bloedstolling te voorkomen, waardoor inwendige bloedingen kunnen ontstaan.
Het domweg blokkeren van de stollende werking van vitamine K is geen goede manier om 'stroperig' bloed te verhelpen. Het lijkt er zelfs op dat 'stroperig' bloed een aanpassing van het lichaam is bij vaatvernauwingen (plaquevorming). Toedienen van warfarine blijkt tot kleinere 'plaques', die soms juist schadelijker kunnen zijn.
Feitelijk is er niet zo heel veel vitamine K nodig om de stollingsenzymen die bij bloedstolling zijn betrokken, goed te laten werken.
Dan is het niet zo dat iemand die meer vitamine K binnenkrijgt ook een groter risico loopt op bloedstolling.
Sterker nog, iemand die meer vitamine K binnenkrijgt, blijkt juist minder risico te lopen op hartkwalen.
Behalve dat er maar een klein beetje vitamine K nodig is voor bloedstolling is er veel meer van nodig om botten gezond te houden en andere lichaamsfuncties positief te beïnvloeden.
Uit onderzoek blijkt dat de lever een belangrijke rol speelt bij het 'uitdelen' van vitamine K aan de eiwitten die het nodig hebben om goed te functioneren. Dan staan de 5 eiwitten, die van belang zijn voor bloedstolling wel vooraan in de rij.
Wanneer de dosis van warfarine hoog genoeg is om de werking van vitamine K te onderdrukken, houdt dat in dat er een tekort zal ontstaan aan vitamine K voor andere lichaamsfuncties.
Zo blijkt vitamine K ook van groot belang te zijn om de lever tegen ontstekingen te beschermen.
Hoe groot die nadelige invloed kan zijn, bleek uit een onderzoek bij ouderen waarin gekeken werd naar de verschillen tussen hen die wel en geen warfarine slikten.
Ouderen die warfarine slikten bleken 25% meer kans te lopen op botbreuken, wat op die leeftijd ook samenhangt met een hogere sterftekans.
Uit onderzoek blijkt dat zowel vitamine K1 en K2 botten sterker maakt en het risico op botbreuken vermindert.
Mensen, die hun heup hadden gebroken bleken vaak een tekort aan vitamine D en K te hebben.
Vitamine K werkt nauw samen met cellen, die verantwoordelijk zijn voor botopbouw. Deze cellen produceren een eiwit met de naam osteocalcine. Dit eiwit moet door vitamine K geactiveerd worden. Zodra dat gebeurt 'lijmt' osteocalcine calcium op de goede plek van de zogenaamde botmatrix.
Bij een vitamine K-tekort kan calcium niet op de juiste plek worden 'vastgeplakt' en kan botvorming niet goed plaatsvinden. Zodoende is vitamine K essentieel voor sterke botten. Mensen die een goede vitamine K-status hebben blijken dan ook veel minder kans te lopen op botbreuken.
Matrix GLA-eiwit is een ander belangrijk eiwit, dat door vitamine K geactiveerd moet worden. Dit eiwit speelt een belangrijke rol in de bloedsomloop omdat het voorkomt dat calcium zich ophoopt in de bloedvatwand en daar aders laat verkalken. Wanneer sprake is van een vitamine K-tekort of wanneer warfarine geslikt wordt, kan matrix GLA-eiwit haar werking niet goed vervullen en bestaat er een gerede kans dat bloedvaten zich gaan verharden en u het risico loopt op een hartkwaal.
Een hoge inname van vitamine K2 (vitamine K1 bleek amper enige invloed te hebben) bleek de kans op aderverkalking aanzienlijk te laten afnemen. Sterker nog, de vitamine K2-spiegel bleek omgekeerd evenredig te zijn met het risico op sterfte van willekeurig welke oorzaak. Onderzoekers concluderen dat vitamine K2 van groot belang kan zijn in de preventie van hart- en vaatziekten. Wetenschappers luiden de alarmklok over het overmatige toedienen van warfarine omdat ze zien dat dit middel juist aderverkalking bevordert.
Biologisch actieve osteocalcine is niet alleen een botopbouwend eiwit, maar is zelfs ook een hormoon dat in vetweefstel actief is en daar van invloed is op het hormoon adiponectine wat de bloedsuikerbalans regelt.
Bij een grote groep onderzochte Nederlanders bleek dat de vitamine K2 status omgekeerd evenredig verband hield met het risico op het ontwikkelen van type 2 (ouderdoms)diabetes.
Vitamine K1 bleek ook een licht beschermende werking te hebben. Het zal niet lang duren voor aangetoond kan worden dat warfarine ook een nadelige invloed heeft op osteocalcine en daardoor ook de kans op diabetes verhoogt of ernstiger laat verlopen.
Maar er is meer: er blijkt ook een omgekeerd verband te zijn tussen de vitamine K2-status en het risico op sterfte aan kanker.
Mannen bleken er het meeste voordeel uit te putten, ze hadden dankzij K2 aanzienlijk minder kans op prostaatkanker en longkanker. Onderzoekers concluderen dat inname van menaquinon, die grotendeels uit kaas afkomstig was, geassocieerd kan worden met een verminderd risico op (sterfte door) kanker".
Warfarine belemmert de goede werking van vitamine K, waardoor het ook haar functie als antioxidant minder goed kan uitoefenen. Lichaamscellen lopen daardoor meer kans op schade door vrije radicalen.
Mannen, die langdurig warfarine slikten, bleken een groter risico op prostaatkanker te lopen. Althans, wanneer ze dat langer dan 2 jaar achtereen deden. Dan was de kans op prostaatkanker 2x zo hoog dan normaal. Dit komt overeen met andere waarnemingen, waarbij een chronisch tekort aan antioxidanten kanker bleek te veroorzaken.
We kunnen wel concluderen dat vitamine K2 belangrijk is voor de gezondheid. Haar belangrijkste rol is dat ze een aantal belangrijke eiwitten biologisch actief maakt, zodat ze hun lichaamsfunctie kunnen uitoefenen zoals botopbouw, hartfunctie, bloedsuikerbalans, normale bloedstolling en bescherming tegen kanker.
Dat zijn behoorlijk veel lichaamsfuncties waar een 'simpele' vitamine invloed op heeft. En spijtig genoeg wordt de werking van dit belangrijke vitamine dwars gezeten door het overdreven voorschrijven van warfarine, wat weer bewijst dat men veel te gemakkelijk naar medicijnen grijpt om hartklachten te verhelpen