Hoe bevorder je een gezonde leefstijl? De kunst van 'nudging'.
Aug 1, 2020ir. Yvana van den HorkWeerstand & welzijn, Afslanken, Sporter, Leefstijl & fitness, Opinievorming
Hoe bevorder je een gezonde leefstijl?
Sinds Boris Johnson, de enigszins corpulente premier van Groot-Brittannië maar ternauwernood aan de dood ontsnapte vanwege een besmetting met COVID-19, heeft hij zijn leven gebeterd en omarmt hij een gezondere leefstijl. Behalve dat hijzelf gezonder is gaan eten en leven, wil hij óók dat het Britse volk dat gaat doen. Daar Britten tot de dikste Europeanen behoren en het risico op overlijden door COVID-19 groter is bij overgewicht, is dat geen slecht idee.
Maar hoe speel je dat klaar? In de loop der jaren hebben fabrikanten van junkfood de kunst van het verkopen van hun waren volledig geperfectioneerd. We kopen als 'makke schaapjes' dat calorierijke voedsel, wat ook nog eens dubbel aantrekkelijk is, omdat we evolutionair gezien een voorkeur hebben voor voeding, die de meeste calorieën bevat.
Los van financiële prikkels, die ervoor zouden kunnen zorgen dat we minder junkfood kopen (suikertaks) of meer gezond voedsel (verlaagde BTW) lijkt het erop dat een veelvoud van verschillende maatregelen ervoor kunnen zorgen dat we gestimuleerd worden om een betere keus te maken.
Er zijn talloze gedragsonderzoeken uitgevoerd, waarbij men probeerde om mensen te manipuleren tot het maken van betere voedingskeuzes. Welke manipulaties werken nu echt en leiden tot een blijvende gedragswijziging? En welke hebben dan het meeste effect? Welke vormen van interventie bestaan er om ons zover te krijgen dat we gezonder gaan eten of minder van het ongezonde voedsel eten?
Om deze vraag te beantwoorden hebben twee Franse onderzoekers (Romain Cadario en Pierre Chandon) alle gedragsonderzoeken verzameld, die werden uitgevoerd in een natuurlijke omgeving, zoals kantines, restaurants en supermarkten. Onderzoeken, die in een laboratorium of online plaats vonden werden uitgesloten. Ze analyseerden alle onderzoeksresultaten in een zogenaamde meta-analyse waarbij ze ook onderzoeken uitsloten waar alleen sprake was van een uitgesproken wens of belofte en keken alleen naar gedragsonderzoeken waar meetbare resultaten gerapporteerd werden, zoals het gewicht of de voedingswaarde (kcal) van de geconsumeerde voeding.
In totaal werden 88 onderzoeken geselecteerd uit 82 wetenschappelijke artikelen. Dit waren onderzoeken met zowel kinderen als volwassenen. Een groot deel van de onderzoeken waren in de VS uitgevoerd met daarnaast een kleiner aantal onderzoeken uit België, Canada Frankrijk, Ierland, Israël, Japan, Nederland en Groot-Brittannië. Daarna hebben ze de interventies gerangschikt in 7 verschillende categorieën over 3 hoofdgebieden.
In het artikel hieronder, worden de voornaamste eigenschappen van de onderzoeken besproken met voorbeelden en een samenvatting van wat wel en wat niet werkt:
Kennis is macht
Het eerste hoofdgebied bestaat uit pogingen om gedragsveranderingen te bevorderen door mensen meer informatie te geven met als gevolg meer bewustwording en kennis over het onderwerp.
Voedingswaardes bekend maken
Denk hierbij aan het aangeven van de voedingswaarde op verpakkingen en menukaarten, zodat klanten worden aangemoedigd om minder calorierijke varianten te kiezen. Dit gebeurt in steeds meer internationaal opererende bedrijven, zoals bijvoorbeeld bij Starbucks.
Zo kon men aan de hand van de verkoopcijfers van Starbucks, analyseren in hoeverre het vermelden van de voedingswaarden ook daadwerkelijk effect heeft gehad. Dit kon men voor New York City vanaf 2008 doen omdat daar het vermelden van de voedingswaarden in dat jaar verplicht werd gesteld.
Het publiceren van de caloriewaardes bleek maar een heel klein effect te hebben op de verkoopresultaten en had eigenlijk alleen maar betrekking op wat er gegeten werd en niet op de verkochte dranken, wat de hoofdzaak vormt voor wat Starbucks verkoopt.
Men zou kunnen argumenteren dat de invloed van het tonen van de voedingswaarde op de menukaart groter zou zijn als er ook meer voorlichting werd gegeven, maar in de praktijk bleek dat zelfs heel goed geïnformeerde klanten desondanks amper acht sloegen op dit soort informatie.
Aanbevelingen door middel van symbolen
Bij deze aanpak wordt behalve dat er informatie over voedingswaarden wordt gegeven ook meteen een interpretatie ervan gegeven door middel van symbolen, zoals kleurcodes, woorden en zogenaamde voedingsscores om zo aanbevolen producten beter te laten opvallen.
Vrijwel altijd wordt bij een kleurcode gebruik gemaakt van groen voor de aanbevolen producten en rood voor de afgeraden producten. Een andere benadering is om smileys en hartjes voor aanbevolen producten of gerechten op het menu.
Het effect van dergelijke maatregelen varieert nogal. In sommige onderzoeken had het gebruik van deze symbolen een klein tot matig effect, terwijl in andere onderzoeken er geen enkel effect op het gedrag van mensen had.
Een goed voorbeeld is het zogenaamde 'verkeerslichtsysteem' met kleurcodes wat in een veelvoud van situaties is toegepast zoals supermarkten of kantines in scholen, sportcentra of ziekenhuizen. Zo werd in 2012 in een ziekenhuiskantine voedsel aangeboden met zo'n kleurcode op basis van drie positieve en twee negatieve criteria. De positieve waren dat het hoofdingrediënt bestond uit 1) fruit of groenten 2) volle granen of 3) een magere eiwitbron. De negatieve criteria waren verzadigd vet en caloriewaarde.
Voedingsmiddelen met meer positieve eigenschappen kregen een groen label, die met meer negatieve eigenschappen kregen een rode kleur. Waar er sprake was van evenveel positieve als negatieve eigenschappen werd een geel label gegeven.
Toen men daarna ging vergelijken wat het verschil was tussen de gemaakte voedselkeuzes voor en na de interventie, bleek dat het invoeren van kleurcodes maar een betrekkelijk kleine verschuiving meebracht. Er werd 11% minder verkocht van rood gelabelde voeding en 6,6% meer van groen gelabelde voeding.
Een variant daarop werd in een Belgische universiteit gebruikt, waarbij producten maximaal 3 sterren kregen, zoals we dat kennen van Michelin, om zo de aandacht te vestigen op de gezondere keuze.
Producten, die naar verhouding een hoog aandeel verzadigd vet, zout, suiker of calorieën bevatten, werden er uitgelicht met rode letters en een uitroepteken.
Bij dit onderzoek bleek dat de labels hoegenaamd geen effect hadden op de keuzes en het totaal aantal geconsumeerde calorieën.
Beter laten opvallen
Door gezondere producten op beter zichtbare plekken neer te zetten, zoals op ooghoogte of vlak bij de kassa in de supermarkt, het gebruik van doorzichtige bakken in een kantine of bovanaan de menukaart in een restaurant, vallen deze extra op.
Andersom kan men de minder gezonde keuze lager op de menukaart plaatsen of helemaal op het bovenste schap van een supermarkt, waardoor deze minder opvalt.
Andersom kan men de minder gezonde keuze lager op de menukaart plaatsen of helemaal op het bovenste schap van een supermarkt, waardoor deze minder opvalt.
Ook hier is het resultaat wisselend. In sommige onderzoeken was sprake van een bescheiden resultaat, terwijl in andere onderzoeken er helemaal geen verschil te zien was. Zo werd naar het effect van de plaatsing op een menukaart bij een café-restaurant in Tel Aviv (Israël) gekeken.
Wanneer een product verschoven werd van het midden op een menukaart naar de bovenkant of juist helemaal onderaan, dit leidde tot een 20% hogere verkoop. Hieruit blijkt dus dat mensen zich daarin vrij goed laten sturen.
In Frankrijk bleek dat wanneer dit experiment bij een tweetal supermarkten in Marseille werd uitgevoerd, dit heel weinig effect sorteerde. Zo werd in een speciale campagne geprobeerd de verkoop te bevorderen van relatief goedkope maar heel gezonde voedingsmiddelen. De campagne met de naam "Manger Top" (Goed Eten) richtte zich er op om de verkoop van peulvruchten, vis in blik, eieren, fruit en groenten te bevorderen door middel van speciale schapkaartjes, opvallender plaatsing op de schappen en speciale posters en folders tot aan gratis proeverijen. Vrijwel alle inspanningen bleken vruchteloos.
Inspelen op gevoelens
In deze categorie 'nudges' wordt ingespeeld op ons gevoel over voeding.
Zintuiglijke signalen
Bij dit soort interventies wordt geprobeerd om de hierboven vermelde benadering extra gewicht te geven, door ze nog opvallender te maken.
Zo kan een restaurant bijvoorbeeld gebruik maken van een levendige, emotionele beschrijving of door producten aantrekkelijker te neer te zetten of op foto's af te beelden.
Zo werd in New York de kantine van twee basisscholen opnieuw ingericht en ook de menukaart werd aangepakt. Fruit werd in kleurige schalen neergezet en groenten kregen spannende namen zoals “Celery Swords” of “Krazy Kale”.
Deze aanpak leidde tot een verhoogde consumptie van fruit en groenten, met een toename van 18% voor fruit en maar liefst 25% voor groenten.
Kinderen aten ook vaker een hele portie fruit of groenten op. Er was een bescheiden maar toch significante toename in het aantal keren dat kinderen de uitgekozen groenten of fruit ook echt opaten.
Aansporingen om gezonder te eten
Bij deze aanpak worden mensen direct aangesproken op hun gedrag.
De aansporingen die worden gegeven kunnen zowel mondeling als schriftelijk worden gegeven om zo mensen ertoe aan te zetten om een gezonde keuze te maken (bijv. "Kies voor vers!"), of om in plaats van een minder gezonde keus iets beters te kiezen (bijv. “Je maaltijd ziet er niet erg evenwichtig uit"). Terwijl het doel was om mensen aan te zetten tot ander eetgedrag, wekten deze aansporingen ook de indruk dat gezond eten de sociaal wenselijke norm is, waardoor mensen zich daar sneller aan zullen willen aanpassen.
Met die insteek ontstond het Cafetaria Power Plus Project, wat in het jaar 2000 werd opgestart in 26 scholen in de staat Minnesota en daar 2 jaar lang werd uitgevoerd.
Zo werden kinderen steevast aangespoord om gezonder te eten (“welke groente wil je graag eten voor je lunch?”) waarbij ook allerlei zintuiglijke prikkels gebruikt zoals posters en levensgrote afbeeldingen van groente en fruit met de naam "High 5 Flyers" en werden er wedstrijdjes georganiseerd, waarbij prijzen werden uitgedeeld aan kinderen die een week lang bij de lunch 3 soorten groenten of fruit uitkozen. Zo werden vooral jonge kinderen aangespoord om gezonder te gaan eten.
Aan het eind van het tweejarige experiment bleek dat het eetgedrag van kinderen in aanzienlijke mate was veranderd.
Gewenst gedrag afdwingen
Bij deze aansporingen wordt de gezonde keuze of gedrag afgedwongen door deze als eerste of enige optie aan te bieden.
Gemakskeuze
Bij sommige interventies kan het gedrag van mensen veranderd worden, zonder dat ze er erg in hebben of er een speciaal oordeel over hebben.
Zo kan men ervoor zorgen dat de gezondere producten ook de 'gemakskeuze' wordt door (vrijwel) alleen fruit en groenten aan te bieden in de zelfbedieningsafdeling van een kantine of door deze levensmiddelen voorverpakt en voorgesneden aan te bieden in een supermarkt.
Op het eerste gezicht lijkt deze aanpak sterk op de aanpak waarbij men de gezondere producten meer liet opvallen.
Bij deze aanpak zorgt men er bovendien voor dat gezondere voeding en drankjes zodanig verpakt worden, dat ze ook sneller gepakt en geconsumeerd kunnen worden. Bij die andere aanpak ging het er alleen om dat de gezondere voeding eerder opviel door een andere plaatsing in een supermarkt of menukaart.
Andersom kan men het ook moeilijker maken om junkfood aan te kopen, bijvoorbeeld door het verder naar achteren in de kantine te plaatsen wanneer de mensen hun dienblad al hadden volgeladen met andere, gezondere keuzes. Of door dat soort voedingsmiddelen op lastiger te bereiken plekken neer te zetten. Er zijn heel veel van dat soort onderzoeken gedaan en steeds blijkt dat dit invloed heeft op de keuzes die mensen maken.
Het maakte bijvoorbeeld veel uit of het saladebuffet helemaal vooraan of juist achteraan in de kantine werd geplaatst. En andersom werd ongezondere voeding tot maximaal 16% minder verkocht dan voorheen, wat een aanzienlijke invloed is met betrekking tot succesvol afvallen en betere voedingskeuzes.
Kleinere of juist grotere porties
Door gebruik te maken van bestaande inzichten over ons gedrag, namelijk dat mensen geneigd zijn om datgene te accepteren wat er standaard wordt aangeboden, kan men vrij gemakkelijk het gedrag van mensen veranderen door simpelweg minder voedsel op een bord te leggen zoals dat kant-en-klaar in een kantine of restaurant wordt aangeboden. Zo kan men de portiegrootte van gezond voedsel laten toenemen, of andersom de portie van ongezonder voedsel verkleinen, bijvoorbeeld door mini-ijsjes of kleinere zakjes chips aan te bieden.
Het effect van portiegroottes op de hoeveelheid daadwerkelijk geconsumeerd voedsel is aanzienlijk; wanneer we meer voedsel op ons bord krijgen, eten we er meer van!
Zo werd er ooit gekeken naar de consumptie van een pastamaaltijd bij een restaurant in Pennsylvania, waarbij mensen de ene dag de standaardhoeveelheid (248g) kregen en de andere dag een veel grotere portie (377g). Mensen, die de grotere portie kregen, aten daar ook daadwerkelijk meer van, waardoor ze in totaal tot 43% meer calorieën binnen kregen. Toen daarna aan de klanten van het restaurant werd gevraagd of ze vonden dat de portie een gepaste hoeveelheid voedsel bevatten, bleek dat er geen verschil was in de waardering van grote of normale porties. Ook was er geen verschil in de waardering van een maaltijd, dwz. of ze er van genoten hadden.
Het enige verschil was wel dat klanten vonden dat ze meer waar voor hun geld hadden gekregen bij grotere porties.
Hieruit blijkt wel dat grote porties in een restaurant in behoorlijke mate bijdragen aan het fenomeen van ernstig overgewicht als gevolg van overconsumptie omdat de gemiddelde consument niet door heeft hoe enorm de porties wel niet zijn die ze in een restaurant krijgen. Dit is in lijn met een veelvoud van andere onderzoeken op dit gebied en levert overtuigend bewijs dat het een goed idee is om de portiegrootte in met name restaurants te verkleinen om zo de overmatige inname van calorierijk en ongezond voedsel af te remmen en de consumptie van gezonder voedsel te bevorderen.
In een ander onderzoek kregen studenten in een Amerikaanse cafetaria een klein zakje friet met ongeveer 24-28 frietjes. In 3 weken tijd kregen deze studenten week na week steeds iets minder frietjes tot er aan het eind van het onderzoek nog maar 12-14 frietjes in een zakje zat! Hierdoor kregen ze gemiddeld 150 kcal minder binnen en de grote meerderheid (70%) van de studenten had niets in de gaten gehad.
Zelfs toen de porties nog maar half zo groot was als de oorspronkelijke, koos iets meer van de helft (51%) van de studenten toch maar 1 zakje friet, wat dan wel weer bijna 40% lager was dan het aantal studenten (87%) dat dit aan het begin van dit onderzoek toch al deed. Onderzoekers berekenden dat de portiegrootte tussen 17 en 34% kon afnemen, zonder dat eters dit door zouden krijgen.
In een ander onderzoek bij jonge kinderen die te eten kregen in een schoolkantine, bleek dat deze kinderen meer opschepten en ook meer aten wanneer ze grotere borden en kommen voorgezet kregen. Gemiddeld waren de borden dubbel zo groot als de bordjes waar ze normaal hun voedsel opschepten.
Nudging werkt
Gemiddeld genomen leverden al deze 7 vormen van 'nudges' (letterlijk 'duwtjes' of beter gezegd aansporingen) een resultaat op van 124 kcal of 8 theelepels suiker die minder werden geconsumeerd, het equivalent van 1 glas rode wijn of 3 gevulde koekjes. Dat lijkt niet zo veel, maar over een heel jaar genomen kan de dagelijkse inname van 120 kcal leiden tot een gewichtstoename van 6 kilo. Bij dit onderzoek werd gekeken naar losse eetmomenten, dus niet de dagdagelijkse consumptie. Wanneer iemand de hele dag door zulke aansporingen zou krijgen, zou het resultaat nog veel groter zijn. Zo zouden Britse volwassenen volgens een onderzoek van Public Health England tot 195 kcal te veel eten door verkeerde aansporingen terwijl volwassenen met ernstig overgewicht tot wel 320 kcal te veel aten. Cadario en Chandon die de meta-analyse uitvoerden, keken ook naar de invloed van prijzen op de verkoop van gezond voedsel. Daaruit bleek dat de prijsverlaging dan 10% of meer zou moeten zijn, wilde het een merkbaar effect hebben op de verkoop.
Wanneer men naar elk individueel type aansporing keek binnen de 3 hoofdgebieden en 7 categorieën, er twee statisch significant waren. Gewenst gedrag afdwingen had een forse invloed met een afname van 200kcal, terwijl het spelen met portiegroottes de grootste invloed had met 350kcal. Door van gezonde voeding ook gemaksvoeding te maken had een bescheidener effect met 180 kcal. Het inspelen op gevoelens had een bescheiden maar meetbaar effect met 120kcal. Wanneer nu al deze verschillende soorten aansporingen zouden worden gecombineerd valt er heel veel winst te behalen. Tot dusver is er eigenlijk geen enkel onderzoek geweest waarin al deze verschillende soorten aansporingen werden gecombineerd zoals kleinere bordjes en gemakskeuzes.
Het uitsluitend inspelen op het vergroten van kennis door het geven van meer informatie, had geen aantoonbaar resultaat. Er was maar een heel kleine invloed op het gedrag van mensen. Met name het verplicht opgeven van voedingswaardes had amper enig resultaat. Dat is best wel zorgelijk omdat in overheidsmaatregelen hier de meeste aandacht aan gegeven wordt. Zo wil de Britse overheid het overgewicht bij kinderen bestrijden door restaurants te verplichten om voedingswaardes op hun menukaarten aan te geven. Toch is het niet volstrekt zinloos omdat jongere consumenten, de millennials zich anders blijken te gedragen dan oudere consumenten.
In een onderzoek met de naam "2017 Euromonitor" bleek dat millennials veel vaker dan anderen informatie over voedingswaarden nakeken op voedsel en drankjes, wat er op wijst dat jongeren doelbewust een gezondere leefstijl nastreven, waarbij ze voor minder sterk bewerkte voedingsmiddelen kiezen.
Uit dit onderzoek bleek ook dat het veel moeilijker is om mensen te laten overstappen naar gezondere voeding dan dat het is om hen te laten stoppen met het eten van junkfood. Initiatieven waarbij geprobeerd werd om mensen aan te zetten tot het eten van minder of helemaal geen junkfood hadden veel meer succes dan daar waar men probeerde mensen meer gezond voedsel te laten eten. Waarom dat zo is, weten de onderzoekers nog niet zeker [vermoedelijk een kwestie van 'onbekend maakt onbemind'].
Amerikanen blijken zich gemakkelijker te laten manipuleren tot ander gedrag dan burgers van andere landen, ofschoon men nog niet zeker weet waarom dat zo is. Daarom kan men niet automatisch datgene wat in de VS blijkt te werken, toepassen in andere landen. Ook is er tot nog toe vooral veel gekeken naar kantines en moet er nog meer onderzoek gedaan worden in supermarkten en restaurants om zo te achterhalen wat de beste resultaten oplevert in de strijd om de consument aan te sporen tot gewenst gedrag.
Amerikanen blijken zich gemakkelijker te laten manipuleren tot ander gedrag dan burgers van andere landen, ofschoon men nog niet zeker weet waarom dat zo is. Daarom kan men niet automatisch datgene wat in de VS blijkt te werken, toepassen in andere landen. Ook is er tot nog toe vooral veel gekeken naar kantines en moet er nog meer onderzoek gedaan worden in supermarkten en restaurants om zo te achterhalen wat de beste resultaten oplevert in de strijd om de consument aan te sporen tot gewenst gedrag.
In het algemeen blijkt dat sommige maatregelen om mensen gezonder te laten eten beslist de moeite waard zijn om toegepast te worden, vooral omdat ze zo eenvoudig zijn.
Datgene wat op het eerste gezicht maar een heel kleine verandering is, die bijna niet zal worden opgemerkt, toch een vrij groot effect blijkt te hebben op ons gedrag.
Hoe kan je jezelf aansporen tot een gezondere leefstijl?
De meeste aansporingen die hierboven worden beschreven, worden uitgevoerd door bedrijven, hetzij vrijwillig of omdat ze daartoe door wetgeving worden gedwongen. Maar hoe kan je ervoor zorgen dat je zelf gezonder gaat leven?
In het volle zicht neerzetten
Zet een schaal fruit neer op gemakkelijk te bereiken plekken zoals het aanrecht in de keuken. Daarentegen moet je ongezond junkfood op moeilijker te bereiken plekken neer zetten in de diepvries of de voorraadkast.
Maak het jezelf gemakkelijk
Neem een groente-abonnement. Wanneer je elke week groenten thuis laat afleveren (of afhaalt bij de groenteboer), zorgt dat ervoor dat je automatisch meer groenten eet.
Omgekeerd is het beter om wanneer je gek bent op chips, deze niet in huis te halen. Koop chips alleen nog maar bij speciale gelegenheden.
Portiegrootte
Door kleinere borden en kommetjes te gebruiken, moedig je jezelf aan om minder te eten van met name calorierijk voedsel. Ofschoon noten erg gezond zijn, zijn ze ook erg calorierijk en daarom is het belangrijk er niet te veel van te eten. Als zelfbescherming zou je ook een grotere zak meteen in kleinere individuele porties kunnen verdelen en dan niet meer dan 1 portie tegelijk te nemen.
Van uitstel komt afstel
Probeer niet meteen toe te geven aan het verlangen om junkfood te eten maar stel dat uit.
Kijk dan een tijdje later of je nog steeds zo verlangt naar dat ene ijsje of dat je ook genoegen kunt nemen met een stuk fruit of een stukje donkere chocola.
Zet gymspullen voor het grijpen
Zet je sportschoenen bij de voordeur neer, zodat je eerder geneigd zal zijn ze aan te trekken en een stukje te gaan hardlopen. Leg ook je yogamat uitgerold neer in de slaapkamer zodat je ze steeds ziet en er aan herinnerd wordt oefeningen te doen. Door te zorgen dat je gymspullen op een opvallende plek staan is het ook gemakkelijker om je goede voornemens daadwerkelijk uit te voeren.
Stiekem of juist bewust meer bewegen
Er zijn een paar 'stiekeme' dingen die je kan doen om ervoor te zorgen, dat je meer beweegt. Gebruik kleinere afvalemmers, die je dan vaker naar buiten moet brengen om te legen. Wanneer je zelf geen hond hebt, zou je rond kunnen vragen of een van je buren hulp nodig heeft met het uitlaten van hun hond.
Wanneer je ergens heen gaat met je auto, zet deze dan verder weg van de ingang van het bedrijf waar je werkt of boodschappen doet. Andersom kan je ervoor zorgen dat je fiets altijd tiptop in orde is en voor het grijpen in de garage of zelfs je hal gereed staat.
Zie het in een ander perspectief
Wanneer je opziet tegen het sporten en er stiekem een hekel aan hebt, denk dan vooral aan hoe goed het voor je lijf is. Denk aan het positieve effect van sporten op je hersenen en niet te vergeten de calorieën die je ermee verbrandt en hoe goed het is voor je hart.Leg verantwoording af
Laat aan anderen weten dat je van plan bent om gezonder te gaan leven en vraag aan je familie en vrienden om je aan je beloften te houden. De reden hiervoor is dat we vaak wel gemotiveerd zijn om ons gedrag te veranderen, maar dat we gaandeweg weer terugvallen op oude (slechte) gewoontes, tenzij anderen ons bijstaan.
Naar de hoofdpaginaVolgende blogartikel