Er is een verband tussen kanker en virussen. Is er ook een verband tussen tumoren en vaccins?

Er is een verband tussen kanker en virussen. Is er ook een verband tussen tumoren en vaccins?

Er is een verband tussen kanker en virussen. Is er ook een verband tussen tumoren en vaccins? 


Tijdens de COVID-pandemie hebben velen van ons zich tot alternatieve nieuwsbronnen gewend voor medische informatie. Voor mij waren er vier belangrijke medische bronnen: dr. John Campbell, drBeen, de goede artsen van FLCCC en in mindere mate dr. Seheult van MedCram.

Van deze vier bronnen beheerst John Campbell het allerbeste de kunst van het overbrengen van informatie op een manier die begrijpelijk is voor het grote publiek.

Voor degenen onder ons die het nieuws over het vaccinatieprogramma op de voet hebben gevolgd, is het duidelijk geworden dat de meeste batches vervuild zijn met DNA-fragmenten. Zoals je waarschijnlijk weet, bevindt DNA zich in al onze cellen in de mitochondriën, waar de informatie vandaan komt om eiwitten te maken.

Omdat DNA in elke cel aanwezig is, consumeren we dagelijks uit voedsel óók DNA zonder dat die ook maar enige schade aanricht. Het wordt een geheel ander verhaal zodra er DNA-fragmenten per ongeluk in een lipide-envelop terecht komen dat een mRNA-vaccin bevat. Blijkbaar kunnen deze DNA-fragmenten wèl worden ingebouwd en zodoende tumoren veroorzaken.



De beste manier om hier meer over te weten te komen is door te luisteren naar het gesprek tussen dr. John Campbell en professor Dalgleish in een van hun laatste discussies getiteld "Chronic Inflammation and cancer"  (of ga naar Rumble ingeval de video verdwijnt als gevolg van censuur)

Een groot deel van hun gesprek dat ruim een uur duurde, was een uitleg van de relatie tussen kanker en virussen, wat buitengewoon interessant is om naar te luisteren, vooral omdat ze spraken over het versterken van de T-celimmuniteit met bacteriën die zowel virale infecties kunnen afweren als tumorgroei voorkomen met een methode die dr. Dalgleish zelf ontwikkelde.

Een aantal maanden geleden was er al een ander gesprek dat specifiek inging over de relatie met de covid-vaccins met de titel "Cancer after vaccines"

Omdat er op dit moment nog steeds geen artikelen zijn verschenen in de reguliere media of wetenschappelijke tijdschriften waarin het verband tussen deze DNA-fragmenten en een toename van kankergevallen, wat met name bij melanoomtumoren voorkomt, besloot ik me te concentreren op het algemene onderwerp van de relatie tussen kanker en virussen.

Gewapend met deze kennis zal het gemakkelijker voor u zijn om te begrijpen wat de heren vertellen in de deze afleveringen, die ik u warm kan aanbevelen. 

Virussen die tumorgroei bevorderen

Virussen zijn zeer kleine organismen; de meeste zijn niet eens te zien met een gewone microscoop. Ze bestaan uit een klein aantal genen in de vorm van DNA of RNA, omgeven door een schil van eiwitten. Een virus moet een levende cel binnendringen en de machinerie van de cel overnemen om zich te kunnen voortplanten en meer virussen te kunnen maken. Sommige virussen doen dit door hun eigen DNA (of RNA) in dat van de gastheercel te plaatsen. Wanneer het DNA of RNA de genen van de gastheercel beïnvloedt, kan het de cel ertoe aanzetten een tumor te vormen.

Over het algemeen heeft elk type virus de neiging slechts een bepaald type cel in het lichaam te infecteren. (De virussen die verkoudheid veroorzaken, infecteren bijvoorbeeld alleen de cellen in de neus- en keelholte)

Verschillende virussen zijn in verband gebracht met kanker bij de mens. Onze groeiende kennis van de rol van virussen als oorzaak van kanker heeft geleid tot de ontwikkeling van vaccins om bepaalde vormen van kanker bij de mens te helpen voorkomen. Maar deze vaccins kunnen alleen beschermen tegen infecties als ze worden gegeven voordat de persoon wordt blootgesteld aan het kankerbevorderende virus.

Humane papillomavirussen (HPVs)

Humane (menselijke) papillomavirussen (HPV's) zijn een groep van meer dan 150 verwante virussen. Ze worden papillomavirussen genoemd omdat sommige ervan papillomen veroorzaken, beter bekend als wratten. Sommige typen HPV groeien alleen in de huid, terwijl andere in slijmvliezen zoals de mond, keel of vagina groeien.

Alle soorten HPV worden verspreid door contact (aanraking). Meer dan 40 typen HPV kunnen via seksueel contact worden overgedragen. De meeste seksueel actieve mensen worden op een bepaald moment in hun leven besmet met een of meer van deze HPV-typen. Van minstens een dozijn van deze HPV-typen is bekend dat ze kanker veroorzaken.

Hoewel HPV-infecties zeer vaak voorkomen, is kanker veroorzaakt door HPV dat niet. De meeste mensen die met HPV zijn geïnfecteerd, zullen geen kanker ontwikkelen die verband houdt met de infectie. Sommige mensen met langdurige infecties met hoog-risico HPV-typen lopen echter het risico kanker te ontwikkelen.

HPV-infecties van de slijmvliezen kunnen genitale wratten veroorzaken, maar veroorzaken meestal geen symptomen. Er zijn geen effectieve medicijnen of andere behandelingen voor HPV, behalve het verwijderen of vernietigen van cellen waarvan bekend is dat ze geïnfecteerd zijn. Maar bij de meeste mensen controleert het immuunsysteem van het lichaam de HPV-infectie of verdwijnt deze na verloop van tijd.

HPV en baarmoederhalskanker

Een aantal typen HPV zijn de belangrijkste veroorzakers van baarmoederhalskanker, de op één na meest voorkomende vorm van kanker onder vrouwen wereldwijd. Baarmoederhalskanker komt tegenwoordig veel minder vaak voor omdat al jaren uitstrijkjes worden gemaakt. Deze test kan voorstadium van kanker in cellen van de baarmoederhals aantonen die mogelijk veroorzaakt is door een HPV-infectie. Deze voorstadia van tumore kunnen vervolgens indien nodig worden vernietigd of verwijderd. Dit kan voorkomen dat kanker zich ontwikkelt.

Artsen kunnen nu ook testen op HPV als onderdeel van de screening op baarmoederhalskanker, waardoor ze kunnen zien of iemand een hoger risico loopt op baarmoederhalskanker. Bijna alle personen met baarmoederhalskanker vertonen bij laboratoriumtests tekenen van HPV-infectie. Hoewel artsen op HPV kunnen testen, bestaat er geen behandeling die gericht is op HPV zelf. Als het HPV ervoor zorgt dat abnormale cellen gaan groeien, kunnen deze cellen worden verwijderd of vernietigd.

HPV en andere vormen van kanker

HPV speelt ook een rol bij het veroorzaken van bepaalde vormen van kanker van de penis, anus, vagina, vulva en mond- en keelkanker.

Roken, dat ook in verband wordt gebracht met sommige van deze vormen van kanker, kan samen met HPV het risico op kanker verhogen. Andere genitale infecties kunnen ook het risico vergroten dat HPV kanker veroorzaakt.

Vaccins tegen HPV

Er zijn tegenwoordig vaccins beschikbaar om kinderen en jonge volwassenen te beschermen tegen infecties door de belangrijkste kankerverwekkende HPV-typen. HPV-vaccinatie kan meer dan 90% van de HPV-kankers helpen voorkomen. Deze vaccins zijn goedgekeurd voor gebruik bij vrouwen en mannen en worden toegediend als een reeks injecties.

De vaccins kunnen alleen worden gebruikt om een HPV-infectie te helpen voorkomen; ze kunnen een bestaande infectie niet behandelen. Om het meest effectief te zijn, moet de vaccinreeks worden gegeven voordat iemand seksueel actief wordt (dwz seks heeft met een ander persoon).

Aanbevelingen voor HPV-vaccinatie
HPV-vaccinatie werkt het beste wanneer het wordt gegeven aan jongens en meisjes tussen 9 en 12 jaar.
Kinderen en jongvolwassenen van 13 tot en met 26 jaar die niet zijn gevaccineerd of die niet al hun doses hebben gekregen, moeten het vaccin zo snel mogelijk krijgen. Vaccinatie van jonge volwassenen zal niet zoveel kankergevallen voorkomen als vaccinatie van kinderen en tieners
HPV-vaccinatie wordt niet aanbevolen voor personen ouder dan 26 jaar.

Epstein-Barr virus (EBV)

EBV behoort tot de familie van herpesvirussen. Het is waarschijnlijk het meest bekend vanwege het veroorzaken van infectieuze mononucleosis, vaak ‘mono’ of de ‘kusziekte’ genoemd. Naast kussen kan EBV van persoon op persoon ook minder romantisch worden overgedragen door hoesten, niezen of door het delen van drink- of eetgerei. Veel mensen zijn tegen het einde van hun tienerjaren besmet met EBV, hoewel niet iedereen de symptomen van mono ontwikkelt.

Net als bij andere herpesvirusinfecties duurt een EBV-infectie levenslang, ook al hebben de meeste mensen na de eerste paar weken geen symptomen. EBV infecteert en blijft in bepaalde witte bloedcellen in het lichaam die B-lymfocyten worden genoemd (ook wel B-cellen genoemd). Er zijn geen medicijnen of andere behandelingen om van EBV af te komen, noch zijn er vaccins om dit te helpen voorkomen, maar een EBV-infectie veroorzaakt bij de meeste mensen geen ernstige problemen.

EBV-infectie verhoogt het risico van een persoon om nasofaryngeale kanker (kanker van het gebied achter in de neus) en bepaalde soorten snelgroeiende lymfomen zoals Burkitt-lymfoom te krijgen. Het kan ook verband houden met Hodgkin-lymfoom en sommige gevallen van maagkanker. EBV-gerelateerde kankers komen vaker voor in Afrika en delen van Zuidoost-Azië. Over het geheel genomen zullen zeer weinig mensen die met EBV zijn geïnfecteerd ooit deze vormen van kanker ontwikkelen.

Hepatitis B-virus (HBV) en hepatitis C-virus (HCV)

Zowel HBV als HCV veroorzaken virale hepatitis, een vorm van leverontsteking. Andere virussen kunnen ook hepatitis veroorzaken (bijvoorbeeld het hepatitis A-virus), maar alleen HBV en HCV kunnen de langdurige (chronische) ontstekingen veroorzaken die de kans op leverkanker vergroten. In de VS houdt minder dan de helft van de leverkankers verband met HBV- of HCV-infectie. Maar dit aantal is veel hoger in sommige andere landen, waar zowel virale hepatitis als leverkanker veel vaker voorkomen. Sommige onderzoeken suggereren ook dat langdurige HCV-infectie in verband kan worden gebracht met andere vormen van kanker, zoals non-Hodgkin-lymfoom.

HBV en HCV worden op vrijwel dezelfde manier van persoon tot persoon verspreid als HIV: door het delen van naalden (zoals tijdens injectiedrugsgebruik), onbeschermde seks of tijdens een bevalling. Ze kunnen ook worden doorgegeven via bloedtransfusies, maar dit komt tegenwoordig zelden voor omdat gedoneerd bloed op deze virussen wordt getest.

Van de twee virussen is de kans groter dat een infectie met HBV symptomen veroorzaakt, zoals een griepachtige ziekte en geelzucht (gele verkleuring van de ogen en de huid). De meeste volwassenen herstellen binnen enkele maanden volledig van een HBV-infectie. Slechts een zeer klein deel van de volwassenen krijgt chronische HBV-infecties, maar dit risico is groter bij jonge kinderen. Mensen met chronische HBV-infecties hebben een hoger risico op leverkanker.

Het is minder waarschijnlijk dat HCV symptomen veroorzaakt dan HBV, maar het is waarschijnlijker dat het een chronische ontsteking veroorzaakt, wat kan leiden tot leverschade of zelfs kanker, omdat de meeste mensen met chronische HCV-ontstekingen niet eens weten dat ze het hebben.

Om enkele van deze onbekende chronische HBV- en HCV-infecties te helpen opsporen, wordt aanbevolen dat alle mensen van 18 jaar of ouder zich minstens één keer in hun leven laten testen op HBV en HCV, en dat sommige groepen mensen zich op jongere leeftijd en ook vaker laten testen. 

Als er een virusinfectie wordt gevonden, kunnen behandeling en preventieve maatregelen worden gebruikt om de leverschade te vertragen en het risico op kanker te verminderen.

Zowel hepatitis B- als C-infecties kunnen met medicijnen worden behandeld. Hoewel ze de ziekte niet genezen, kunnen ze het risico op leverschade en mogelijk ook het risico op leverkanker verlagen.

Er bestaat een vaccin om HBV-infecties te voorkomen, maar geen vaccin tegen HCV. Het HBV-vaccin aanbevolen voor alle kinderen en volwassenen tot 59 jaar, evenals voor degenen die ouder zijn en risico lopen op blootstelling aan HBV. Dit omvat mensen die besmet zijn met HIV, mannen die seks hebben met mannen, gebruikers van injectiedrugs, mensen in bepaalde groepswoningen, mensen met bepaalde medische aandoeningen en beroepen zoals gezondheidszorgpersoneel.

Humaan immunodeficiëntievirus (HIV)

HIV, het virus dat het verworven immuundeficiëntiesyndroom (Acquired Immune Deficiency Syndrome, AIDS) veroorzaakt, lijkt niet rechtstreeks kanker te veroorzaken. Maar een HIV-infectie verhoogt het risico van een persoon om verschillende soorten kanker te krijgen, vooral sommige die verband houden met andere virussen.

HIV infecteert en vernietigt witte bloedcellen, ook wel helper-T-cellen genoemd, waardoor het immuunsysteem van het lichaam wordt verzwakt. Hierdoor kunnen andere virussen, zoals HPV, gedijen, wat tot kanker kan leiden.

Veel wetenschappers geloven dat het immuunsysteem ook belangrijk is bij het aanvallen en vernietigen van nieuw gevormde kankercellen. Een zwak immuunsysteem kan ervoor zorgen dat nieuwe kankercellen lang genoeg overleven om uit te groeien tot een ernstige, levensbedreigende tumor.

HIV-infectie is in verband gebracht met een hoger risico op het ontwikkelen van Kaposi-sarcoom en baarmoederhalskanker. Het is ook gekoppeld aan bepaalde soorten non-Hodgkin-lymfoom, vooral lymfoom van het centrale zenuwstelsel.

Andere soorten kanker waarvan de kans groter is dat ze zich ontwikkelen bij mensen met een HIV-infectie zijn onder meer anuskanker, de ziekte van Hodgkin, longkanker, mond- en keelkanker, sommige soorten huidkanker en leverkanker. Sommige andere, minder vaak voorkomende soorten kanker kunnen zich ook vaker ontwikkelen bij mensen met HIV.

Er bestaat geen vaccin om HIV te voorkomen. Maar er zijn manieren om het risico om het te krijgen te verkleinen, zoals door geen onbeschermde seks te hebben of naalden te delen met iemand die hiv heeft. Voor mensen die een hoog risico lopen op een HIV-infectie, zoals gebruikers van injecteerbare drugs en mensen van wie de partner HIV heeft, is het innemen van medicijnen een andere manier om het risico op infectie te helpen verlagen.

Voor mensen die al met HIV besmet zijn, kan het nemen van anti-HIV-medicijnen de schade aan het immuunsysteem helpen vertragen, waardoor het risico op het krijgen van enkele van de bovengenoemde vormen van kanker kan worden verminderd.

Andere virussen

Er zijn meer virussen die kanker kunnen veroorzaken, maar die zijn veel zeldzamer en het voert daarom te ver om die allemaal te behandelen.
Een korte opsomming:
- humaan herpesvirus 8 (HHV-8) dat Kaposi-sarcoom veroorzaakt.
- humaan T-lymfotroop virus-1 (HTLV-1) dat lymfatische leukemie en non-Hodgkin-lymfoom veroorzaakt, genaamd volwassen T-celleukemie/lymfoom (ATL)
- Merkelcelpolyomavirus (MCV) dat Merkellcelcarcinoom veroorzaakt
- Simian Virus 40 (SV40) (nog niet 100% bewezen omdat de relatie alleen bij proefdieren is vastgesteld) veroorzaakt mesothelioom (een zeldzame kanker van het slijmvlies van de longen of de buik), evenals enkele hersentumoren, botkankers en lymfomen.

Slotopmerking

Tot nu toe is de enige officiële relatie tussen tumoren en vaccins een positieve.
Hoewel het veelbelovend is om te zien hoe steeds meer vaccins worden ontwikkeld om kanker te voorkomen, zou ik op mijn hoede zijn voor elk vaccin dat wordt ontwikkeld met behulp van de mRNA-techniek, gezien het feit dat deze vrijwel gegarandeerd besmet zullen zijn met DNA-fragmenten die kankerverwekkend zijn. Gelukkig zijn er nog steeds geen andere mRNA-vaccins, maar ze worden wel razendsnel uitgerold als dit niet tegengehouden wordt.

Er zijn andere manieren om kanker te voorkomen. Een gezondere levensstijl (gezonde voeding, meer bewegen, minder stress, beter slapen) is geen garantie oim het te voorkomen, maar kan wel veel betekenen.
Het zou ook mooi zijn als er meer geld zou gaan naar onderzoek naar methoden van dr. Dalgleish die nu niet worden gebruikt omdat ze te goedkoop zijn!